Platform31 kennis en netwerk organisatie voor stad land en regio - wonen social ruimte economie

YURPS onderweg

Wat is geografie precies?

14 juni 2017

Als je dit aan tien mensen vraagt, kan waarschijnlijk maar één persoon dat aan je uitleggen. Ikzelf heb de masteropleiding Milieu Geografie gedaan. Wanneer ik dat aan mensen vertel, dan kijken ze mij bijna altijd met een vage blik aan en zeggen: ‘oh, aardrijkskunde dus (?)’. Dan probeer ik vervolgens uit te leggen dat het eigenlijk méér is dan dat, want je hebt immers niet alleen Milieu Geografie, maar ook Sociale en Fysische Geografie. Daarnaast zijn er allerlei andere aspecten die te maken hebben met geografie, zoals politiek, economie, stedenbouw, et cetera. Eigenlijk heeft bijna alles wat je om je heen ziet in meer of mindere mate te maken met geografie. Echter, veel mensen hebben dat niet door.

Op mijn werk doen we veel leefbaarheidsonderzoeken. Afhankelijk van de vraag baseren we het onderzoek op de meningen van de bewoners in de buurt of op de fysieke eigenschappen van een bepaald gebied. Uiteindelijk wordt ‘leefbaarheid’ uitgedrukt in een score op buurt- wijk- of op gemeenteniveau, scores die je vervolgens onderling kunt vergelijken. Als we deze scores afbeelden op de kaart zien we verschillen en patronen. Gebieden waar de leefbaarheidssituatie onvoldoende is, vind je vaker in (grote) steden, maar binnen die stedelijke gebieden zie je ook allerlei verschillen. Wat zijn de voornaamste problemen in die wijken en waarom zijn die problemen er eigenlijk? Door met een geografische blik naar vraagstukken te kijken, kom je misschien tot een meer gebiedsgerichte oplossing.

Bovenstaande vragen kun je niet alleen stellen op werkgebied, maar ook in je dagelijkse leven, bijvoorbeeld wanneer je op vakantie gaat. Waarom is de temperatuur in steden hoger dan op het platteland? Waarom zijn de grote steden (bijna) allemaal aan een rivier of aan de kust gebouwd? Waarom ziet het Nederlandse landschap er zo uit? Het zal je verbazen hoeveel buitenlandse toeristen in Nederland zich niet eens realiseren dat ze onder de zeespiegel lopen.

Michelle Hu, junior onderzoeker/adviseur, RIGO research en advies

Bron kaart: www.leefbaarometer.nl


Graphic Facilitation: zó trek jij de aandacht!

31 mei 2017

Vlog’s, tweets, Instaposts, we ontkomen er niet meer aan. We leven in een tijd waarin social media ons leven beheersen. Met iedere ‘bleep’ of pop-up schieten we van het ene naar het andere bericht, zonder ergens al teveel tijd aan te verliezen. Als we maar niets mislopen! Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen voor onze manier van communiceren. Want hoe kun je de aandacht van iemand nog lang genoeg vasthouden om je boodschap over te brengen?

Misschien merk je het op de werkvloer ook. Het rapport waar je dagen op hebt gezwoegd wordt niet écht gelezen. Of die notulen van het zoveelste afdelingsoverleg beslaan weer vijf pagina’s tekst en daarmee vijf pagina’s teveel. Doordat de aandacht zo snel vervliegt, is het beeld van veel tekst niet aantrekkelijk om eens uitgebreid voor te gaan zitten. Het is ook wetenschappelijk bewezen dat de gemiddelde mens zijn aandacht minder lang vast kan houden dan zo’n vijftien jaar terug. Sterker nog, van de aandachtsspanne van 12 seconden zijn nog maar een magere 8 seconden over. Een doorsnee goudvis overtroeft ons met een aandachtsspanne van 9 seconden…

Zonder gekheid, dit is reden genoeg om niet méér aandacht te vragen van je omgeving dan nodig is. De uitdaging is om hier zo effectief mogelijk mee om te springen. Dat is, zoals de ontwikkeling van de social media doet blijken, makkelijker te doen met een pakkend beeld. Door te tekenen wat je wilt zeggen worden verschillende doelen bereikt:

  • Je forceert jezelf om goed na te denken over de kern van de boodschap;
  • Praten over een bepaald begrip kan leiden tot miscommunicatie. Het tekenen van een begrip laat minder aan de verbeelding over wat een heldere communicatie bevordert;
  • Het feit dat het een tekening is, grijpt de aandacht van de lezer en zal deze ook langer vasthouden.

Is nu je eerste gedachte: “Maar ik kan helemaal niet tekenen?”. Onzin! Ik daag je uit om er pen en papier bij te pakken en daarmee de aandacht van je collega’s op een vernieuwende en vooral eigen manier op te eisen.
Heb je toch behoefte aan wat handige tips en tricks voor Graphic Facilitation? Neem dan contact met mij op via LinkedIn.

Lisanne de Beun, trainee van Talent in Huis, Rochdale


Alles is een spel

16 mei 2017

Energietransitie; een onderwerp waar iedereen wel wát vanaf weet. Het is zo een onderwerp dat in je achterhoofd blijft doorsluimeren, omdat je weet dat je er iets mee moet, maar massaal stellen we het toch nog even uit. Het zou toch mooi zijn als we een manier vonden waarop we als pioniers de massa in beweging kunnen krijgen, zodat de olievlek van proactief duurzaam handelen zich kan verspreiden en we met zijn allen wat beter om gaan met onze wereld.

Maar wat zou die trigger kunnen zijn? Op de vraag hoe dat dan zowel bottom-up als top down geregeld zou moeten worden, hebben we met 22 YURPS-leden geprobeerd een antwoord te vinden. Het bleek al snel dat het antwoord misschien minder interessant is dan de ‘hoe’-vraag en de ‘wie’-vraag, want uiteindelijk wil je niet aan een dood paard lopen trekken. Zo werd out-of-the-box nagedacht over de 1-kindpolitiek, meer varianten van de vleestaks en het nog meer verhippen van lokaal eten. En waarom de keuze maken tussen top-down of bottom up? Het 1 valt of staat in combinatie met de ander, waarbij maatschappelijke bewustwording en creëren van urgentie toch de eerste grote stappen zijn. Zo zou bewustwording door duurzaamheid kunnen worden getriggerd door competitie, met een nationale app waarbij mensen tegen elkaar kunnen strijden om ‘duurzaamheidspunten’ te scoren en werd door de YURPS unaniem besloten dat misschien de ambtelijke knokploeg ook een bijdrage kan leveren, door onvriendelijke en misschien soms ondemocratische beslissingen te nemen. En laten we eerlijk zijn; wij zijn als yuppen misschien wel de meest vervuilende doelgroep van de maatschappij. Misschien kunnen we eerst zelf eens stoppen met rundvlees eten, intercontinentaal reizen en de groeiende vraag naar geïmporteerde luxeproducten.

Mette Kalle, Woonstad Rotterdam


Hoe goed ken jij je buren?

19 april 2017

Onlangs ben ik verhuisd van mijn studentenkamer naar een portiekappartement in Rotterdam. Door alle verhuiscommotie hadden mijn nieuwe buren al snel door dat er iets gaande was. Het duurde dan ook niet lang voordat mijn onderbuurman bij me aanbelde om kennis te maken. Binnen het weekend had ik de rest van mijn buren ontmoet, waren er afspraken gemaakt voor een biertje next-door en was ik toegevoegd aan de gezamenlijke WhatsApp groep: Kortom een warm welkom!

Mijn nieuwe thuis ligt vlak bij de Nieuwe Binnenweg, een levendige straat met een mix van buitenlandse toko’s en hipstercafés. Een bruisende straat vol diversiteit. Maar deze ogenschijnlijk multiculturele straat weerspiegelt in feite de segregatie van de Nederlandse samenleving: De hipsters laten hun baard niet trimmen bij de Surinaamse kapper en de Turkse gemeenschap drinkt nou eenmaal graag koffie zonder sojamelk latte-art. Ik dacht terug aan de goede klik die ik voelde met mijn buren en besefte me, niet geheel zonder schaamte, dat het stuk voor stuk ‘mensen zoals ik’ waren: Jong, hoogopgeleid en autochtoon. Ik was verhuisd naar de comfortzone van mijn eigen bubbel.

Hoe anders is dit in Overvecht, waar ik als trainee vastgoedontwikkeling bij Portaal regelmatig te vinden ben. Hier vind je mensen van alle leeftijden uit vele hoeken van de wereld in één flat. Je zou zeggen dat dit het poldermodel van de multiculturele samenleving is, ware het niet dat de meeste bewoners niet veel te kiezen hebben wat betreft de locatie van hun woning

Van een comfortzone is hier dan ook geen sprake. Ter voorbereiding van de renovatie van een portiekflat kwam ik bij enkele bewoners over de vloer. Een oudere dame vertelde dat ze gedurende de vijftig jaar dat ze in het complex woont de samenstelling van het gebouw heeft zien veranderen: Vroeger hingen hier in de flat de touwtjes door de brievenbussen, nu kent ze amper iemand van haar portiek bij naam.

Hoewel er dus een anonieme sfeer in de portieken hangt, leven de bewoners wel op elkaars lip. Net als in mijn eigen huis hoor je in de woningen in de flat meer van je buren dan je lief is. Een fysieke renovatie biedt hiervoor een oplossing, maar ik juich ook vooral de investering van corporaties en gemeenten in bewonerscontacten toe. Daarnaast ben ik een groot voorstander van projectontwikkeling met een grote diversiteit aan woningen in diverse grootten en prijsklassen, om meer variatie in de doelgroep van een buurt te brengen. Naar mijn mening belangrijke kansen om meer begrip en minder angst voor mensen buiten je eigen bubbel te creëren!

Sarah Thiel, Portaal


Samen zullen we alles delen

5 april 2017

Vroeger leerden we het al op school. En wellicht thuis, als je broertjes of zusjes hebt. Tegenwoordig leren we het als volwassenen ook weer. Delen. Een mooi concept in deze toch wel materialistische wereld. De een deelt om iets extra’s te verdienen en de ander leent om even te genieten van de luxe van een bepaald voorwerp.

Je kunt het zo gek niet bedenken of je kan het voor een aantrekkelijke prijs ‘lenen’ vaak van iemand bij jou uit de buurt. Via Peerby kan je voorwerpen delen met je buren, zoals bordspellen, wijnkoelers, opblaasbootjes en gereedschap. AirBnB, zowel populair bij toeristen als berucht bij omwonenden en beleidsmakers, maar zeker een manier van delen. Tegenwoordig kan je zelfs via Qwobble werknemers met elkaar delen of ruilen! Wat ik vooral ideaal vind is het delen van auto’s via bijvoorbeeld SnappCar.

Soms heb je iets maar een enkele keer nodig, dan is het jammer hier veel geld aan uit te geven. Zo heb ik geen auto. Ik woon bij Amsterdam Centraal in de buurt, daar kan je nergens je auto kwijt en binnen Amsterdam ben je op de fiets sneller van A naar B dan met de auto. En ja, en een parkeervergunning is ook gewoonweg onmogelijk en vreselijk duur om te bemachtigen. Daarnaast werk ik boven Den Haag Centraal op de 7e verdieping, met de trein ben ik dus sneller en goedkoper (en groener!) dan met de auto.

Alleen voor grote boodschappen, familiebezoekjes of uitjes is een auto toch wel makkelijk, dan gebruik ik wel eens Snappcar. Een online platform als mediator is dan wel prettig. Zij koppelen mensen en voorwerpen en zorgen dat betalingen netjes worden afgehandeld. Zij zorgen er vaak ook voor dat beide partijen verzekerd zijn en verifiëren de deler en de lener. Zo kan je met een gerust hart je (dierbare) bezit uitlenen. Als ik een eigen auto zou hebben dan zou die vooral stil staan en een parkeerplek bezet houden. Wees nou eens eerlijk, hoe vaak heb jij je auto echt nodig? En die opblaasboot op zolder? Die zaag in de schuur? Die bordspellen in de kast?

Suzanne Bleijenberg, junior projectleider Ruimte en Economie, Platform31

Foto: SnappCar


De mens achter het cijfer

21 maart 2017

“Waar willen we bouwen en voor wie willen we bouwen?” Dit is een vraag die regelmatig aan me wordt gesteld en me nog steeds bezig houdt. Bij Woonstad Rotterdam voer ik onder andere marktanalyses uit, waarbij ik de kenmerken van de bevolking van verschillende wijken in kaart breng. Hiervoor verzamel en beoordeel ik verschillende data, onder andere van het CBS en de Leefbaarheidsmonitor. Vervolgens schrijf ik aan de hand van de data marktadviezen over nieuwbouw-, renovatie of transformatieprojecten. Dit sluit goed aan bij mijn sociologische achtergrond. De cijfers geven mij inzicht in wie waar woont, welke vraag er is naar woningen en welk aanbod het beste op deze woonwensen aansluit. Hierbij proberen we sturing aan te brengen op het prijsniveau van woningen, om deze zo betaalbaar mogelijk te houden voor onze huurders. Eén van de zaken die ik heb geleerd is dat het niet alleen om cijfers gaat, maar om wie er achter de cijfers zit. Bij elk project nemen we dan ook een kijkje in de buurt.

De laatste weken heb ik me ingezet voor de minimacampagne. Dit is een project van Woonstad Rotterdam, waarbij de laagste inkomensgroepen (minima) worden uitgesloten van de jaarlijkse huurverhoging. De huurders dienden zelf een aanvraagformulier in te vullen om in aanmerking te komen voor uitzondering huurverhoging. Voor de huurders die niet in staat zijn om zelfstandig en via een computer het aanvraagformulier in te vullen, heb ik – samen met andere collega’s en stagiaires – baliediensten op de regiokantoren gedraaid, waarbij we samen met de huurder het aanvraagformulier konden invullen. Dit was erg leuk, omdat ik zo een beter beeld heb gekregen van ‘Voor wie doen we het eigenlijk? Wie zijn onze huurders?’. De meeste huurders waren ook blij dat wij iets voor hun konden betekenen. Een besparing van zo’n € 5 per maand betekent dan ook veel!

De gesprekken waren ook erg losjes, zo gaf een huurder van Italiaanse afkomst aan dat hij de beste pasta kon maken en noemde mij een ‘kaaskopje’. Een andere huurder was bang dat haar gegevens op straat zouden komen te liggen. Terwijl andere huurders hier totaal geen probleem mee hadden en hun loonstrookjes en jaaropgaven voor mijn neus legden. Sommige huurders die laaggeletterd zijn of de brief niet hadden begrepen, hadden zelf iemand meegenomen die de brief voor hen had vertaald. Dit zie ik als aspecten van zelfredzaamheid en sociale cohesie.

Het mooiste aan de minimacampagne vond ik dat we bereid waren de huurders te helpen, een luisterend oor konden bieden, het samen invullen en dat ik in 2,5 week zo veel verschillende nationaliteiten heb gezien en gesproken. Dit heeft mij laten inzien hoe divers de Rotterdamse bevolking is: iets waar we trots op mogen zijn.

Astrid Almekinders, junior beleidsadviseur Strategie en Communicatie bij Woonstad Rotterdam


Waarom het loont om je werk door een ecosysteem-bril te bekijken

6 maart 2017

Ecosystemen. Voor biologen niets nieuws. Voor anderen een geweldige eyeopener. Wat maakt het begrijpen van dit concept zo nuttig en noodzakelijk?

Het licht ging bij mij branden toen ik aan de EUR leerde hoe je sturing kunt geven aan complexe maatschappelijke problemen en – vooral – wat je hierbij niet moet doen. Bijvoorbeeld het vraagstuk in stukjes knippen en die stukjes los van elkaar te lijf gaan. Deelproblemen interacteren namelijk met elkaar, leerde ik. Zo ook thuis. Als ik veel eten in mijn aquarium strooide, het water grondig ververste, het licht lekker lang aan liet staan en spontaan een nieuw ‘speeltje’ in het aquarium deed, werd het keer op keer een totale bende. Ik ben er maar mee gestopt. Maar wat heeft een aquarium nou te maken met mijn werk?

Het lijkt erop dat dezelfde spelregels gelden voor een aantal projecten, bijvoorbeeld bij triple helix regio’s – samenwerkingsverbanden tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en de overheid. Wanneer zo’n triple helix regio zijn eerste vruchten afwerpt in de vorm van een innovatie, krijgt het de smaak te pakken en ontstaat de neiging om veel nieuwe partijen de regio in te trekken om nog meer energie te genereren. Met als gevolg dat er bedrijven op afkomen omdat ‘dit is waar het gebeurt’ en ze hopen mee te kunnen varen op het succes. Zelf dragen die bedrijven echter weinig bij of sturen ze de boel in de verkeerde richting. Zo ligt het gevaar op de loer dat een goed ingestoken samenwerkingsverband zijn energie verliest en uit elkaar valt.

Een les die dus zowel voor ecosystemen als triple helix regio’s geldt, is dat je ondanks de gewenste diversiteit zeer selectief moet zijn in wat je er in stopt en dat het belangrijk is dat iets nieuws ook tijd krijgt om te consolideren. Je bent namelijk bezig iets op de juiste manier te voeden en uit te broeden. Dit geldt ook voor burgerinitiatieven, gebiedsontwikkeling en veel meer. Ga eens na: hoe ziet mijn ecosysteem er eigenlijk uit?

Anne Heeger, Platform31


Wat is leefbaarheid?

20 februari 2017

Tussen de grote flats in de wijk Overvecht staat een klein gebouwtje. Als je binnenloopt staat er een rek met allerlei folders van zwemles en taalles tot hulp bij kinderbijslag aanvragen en huiselijk geweld. De vrouw achter de balie lijkt de meeste mensen die in en uit lopen te kennen en heeft op elke vraag een antwoord. Het is geen buurtcentrum maar wel een plek waar bewoners uit de buurt terecht kunnen voor al hun vragen en ondersteuning kunnen krijgen waar nodig. Overvecht is een wijk waar veel mensen wel wat hulp – in wat voor zin dan ook – kunnen gebruiken.

Dit soort plekken, met alles wat er omheen georganiseerd wordt, worden mede gefinancierd door corporaties. Maar mag dit tegenwoordig nog wel? Sinds de nieuwe woningwet zijn corporaties beperkt op meerdere terreinen. Op één van deze terreinen kom ik regelmatig een discussie tegen: leefbaarheid. Laten we de overheid keuzes voor ons maken door een beperkende wet of maken de corporaties zelf keuzes in waar we voor willen staan? Binnen de corporatie komt het steeds op dezelfde vraag neer: “Wat doen we wel en niet op het gebied van leefbaarheid?”. Gaan we terug naar onze ‘kerntaak’; het verhuren van goede woningen. Óf moeten we misschien juist vooruit naar een nieuwe kerntaak; ingaan op de behoeften van de samenleving? Het begrip ‘leefbaarheid’ speelt hier wat mij betreft een belangrijke rol in.

Maar wat is leefbaarheid precies? Hoe kan je het inkaderen en taken verdelen over verschillende instanties? Het blijft een lastig te definiëren begrip. Naast alle inhoudelijke discussies kwam ik daar tijdens een workshop ‘graphic facilitation’ weer eens achter. In plaats van lappen tekst kun je iconen gebruiken om iets weer te geven. Door iets weer te geven met een eenvoudig icoon moet je gelijk tot de kern komen. Probeer leefbaarheid maar eens visueel te maken zodat in één oogopslag duidelijk is wat het inhoud. Hoe zou dat er volgens jou uitzien?

Ilse Zijlstra, trainee Talent in Huis, Portaal.


Wie helpt de verwarde man?

8 februari 2017

Hij is gehypet tot alles en iedereen die enige vorm van afwijkend gedrag vertoont: dé verwarde man (zie ook: de Volkskrant, 31 januari 2017). Hoewel de term de oorspronkelijke lading niet langer dekt, heeft haar brede interpretatie een belangrijk neveneffect: de aandacht voor mensen met psychiatrische problematiek staat hoog op de maatschappelijke agenda. Door de beddenreductie in de GGZ-sector is de verwarde man in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor zijn plek in de samenleving. Ook als het gaat om huisvesting en daar wringt de schoen.

Hoe kunnen wij er als professionals beter in slagen mensen met psychische problemen te huisvesten in de wijk? Een pasklaar antwoord bestaat niet. Het gaat immers om mensen met zeer uiteenlopende problemen: schizofrenie, verslaving, angststoornissen. Huisvesting betekent maatwerk en vraagt meer dan alleen een passende woning. Toch zijn er wat mij betreft twee zaken waarmee we per direct aan de slag kunnen: gezamenlijke visievorming en het vergroten van de maatschappelijke acceptatie.

In de beleidspraktijk blijft het huisvesten van zorgdoelgroepen nog vaak een ondergeschoven kindje, zeker als het gaat om verwarde personen. Een enkele korte passage in de gemeentelijke woonvisie of een prestatieafspraak om de vraag te ‘monitoren’ volstaat niet. Ook werken instanties dikwijls naast elkaar en niet mét elkaar. In mijn opinie zouden overheden, zorginstellingen, corporaties en andere instanties een gezamenlijke visie op wonen en zorg moeten ontwikkelen. Het gaat dan om een geïntegreerde aanpak die instellingsbelangen overstijgt en de cliënt voorop stelt; zijn of haar vraag vormt het vertrekpunt.

Ook speelt acceptatie vanuit de wijk een cruciale rol bij huisvesting. Veel mensen vinden het best eng wanneer zij een ‘verward persoon’ als buurman of buurvrouw krijgen. Begrijpelijk, maar naar mijn idee nog vaak ingegeven uit angst voor het onbekende. Om de maatschappelijke acceptatie te verhogen, is het belangrijk dat we aan de voorkant investeren: maak mensen bewust van noodzaak en betekenis van het huisvesten van kwetsbaren, betrek de wijk en voorkom concentraties in dezelfde buurt of straat. Het samenspel van bewoners, overheid en instellingen is doorslaggevend.

Moraal van het verhaal: gezamenlijke verantwoordelijkheid staat centraal. We zijn de laatste jaren vooral druk geweest met het administratief scheiden van wonen en zorg. Voor de komende periode is het zaak deze twee werelden verder te verbinden. Laten we met vereende kracht zorgen dat ook de verwarde man zijn plek in de samenleving vindt.

Roy Nieuwenhuis is adviseur bij Companen en houdt zich onder andere bezig met het werkveld Wonen, welzijn en zorg.


Statushouders gehuisvest, en nu?

25 januari 2017

Afgelopen jaar heb ik mij bij RIGO beziggehouden met de huisvesting van de statushouders, of netter gezegd de vergunninghouders. Uit ons onderzoek bleek dat structurele kenmerken van de woningmarkt een belangrijke reden zijn waarom veel gemeenten hun taakstelling niet wisten te realiseren. Maar wat misschien nog wel belangrijker was, is dat veel gemeenten verrast werden door de grote aantallen en mede daardoor geen goed en scherp plan hadden om actief met het vraagstuk aan de slag te gaan. Bovendien was de huisvesting van vergunninghouders lang niet bij iedereen een hot-topic.

Nou, wat is er veel veranderd in een jaar tijd! Begin januari bezocht ik op een congres van de provincie Zuid-Holland en Aedes om de uitkomsten van ons onderzoek te presenteren. Wat mij daar opviel was de positieve sfeer en het enthousiasme. Het heeft misschien even geduurd maar de gemeenten en corporaties zijn allemaal wakker geschut en actief bezig met het vraagstuk.

De mooiste voorbeelden kwamen voorbij. Zo zijn er vergunninghouders die samen met starters en andere doelgroepen in leegstaande verzorgingstehuizen een thuis hebben gevonden, gemeenten die regionaal hun taakstelling herverdelen zodat iedereen een voor hen haalbare taakstelling heeft, corporaties die hun woningen kamergewijs gaan verhuren zodat de alleenstaanden die nog op hun familie in Syrië wachten, niet langer in een AZC hoeven te verblijven…. En ga zo maar door!

Wat ik mij nu afvraag is welk vervolg dit vraagstuk gaat krijgen. Wat als er nu ergens anders in de wereld oorlog uitbreekt en opnieuw tienduizenden vluchtelingen asiel nodig hebben in Nederland? Of als de Turkijedeal ophoudt? Is Nederland er dan wel klaar voor of moeten we dan opnieuw ‘wakker worden’? Gaan gemeenten hun aanpak nog kritisch bekijken om te kijken wat er een volgende keer beter kan? Zijn de aanpakken die nu voor de vergunninghouders gebruikt zijn misschien ook wel geschikt voor andere spoedzoekers, zoals arbeiders uit MOE-landen of een gescheiden stel? Of verdwijnt dit dossier aan het eind van het jaar weer in een stoffige la?

Roxanne Mulder, junior- onderzoeker woningmarkt bij RIGO Research en Advies



Met gestrekt been 2017 in


11 januari 2017

“Huizen zijn waardevast” en “De huizenprijzen in de grote steden gaan alleen nog maar omhoog” Voorbeelden van collectieve gedachten waar ik me steeds meer over verbaas sinds ik me bezighoud met de woningmarkt. In 2017 ga ik vaker aannames in twijfel trekken.

Collectieve gedachten over de woningmarkt zijn vaak diep geworteld. Ze worden dan ook al lang herhaald en zijn goed beargumenteerd. De argumenten hebben vaak een economische redenatie en zijn onderbouwd met de ervaring van de afgelopen decennia. Experts, politici en de buurman hebben hun kennis dan ook lang opgebouwd en baseren zich gelukkig (nog) op feiten.

Ondanks, en misschien wel dankzij, de naadloze argumenten achter de aannames stel ik hier mijn vragen bij. Niet om ze te verwerpen maar voor een open houding naar verandering. Niet alleen vanwege voorspelbare verandering op de woningmarkt zoals de vergrijzing en de ingezette afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Maar met name vanwege de lessen die recente ontwrichtende innovatie (‘disruptive innovation’) kan veroorzaken. Nieuwe ontwikkelingen als Uber en met name AirBnB laten proeven hoe snel verandering kan gaan. Tel daar bij op dat 2016 meerdere malen anders liep dan verwacht en ik ben toe aan een open houding voor 2017. Het is wachten op de volgende ‘Zwarte Zwaan’.

Op onzekerheden valt echter niet te bouwen. Het gaat niet om de collectieve gedachten zelf maar om het gemak waarmee we ze blijven herhalen, inclusief ondergetekende. Op die manier ben ik niet klaar om zelf voor verandering te zorgen dan wel om er in mee te gaan. Zeker de twintigers en dertigers onder ons gaan nog een hele verschuiving meemaken. Mijn voornemen is dan ook om vaker aannames in twijfel te trekken.

Niels Gastkemper, junior projectleider Wonen, Platform31



Netwerken is nèt werken


14 december 2016

Gezocht: Junior projectleider, kandidaten voor ons traineeship, starters of werkervaringsplek geboden. Wij als YURPS hebben allerlei typen vacatures langs zien komen en hebben ongetwijfeld op een aantal gesolliciteerd. Zelf ben ik nog niet zo lang aan het werk en vond ik solliciteren best wel spannend. Volgens mij ben ik best een sociaal dier, maar toch had ik een typisch gevalletje van spraakgebrek tijdens mijn sollicitatiegesprek bij Platform31. Dan ben je ineens toch aangenomen, mag je beginnen en ga je werken in de ‘grote-mensen-wereld’. Je bevindt je ineens in een wereld met mensen om je heen met veel ervaring, kennis en kunde. Ga nu maar je mannetje staan; welkom in het werkende leventje.

Vanaf die dag begint er een nieuw leerproces. Netwerken, overleggen, brainstormen en vergaderen. Ook samenwerken met collega’s, opdrachtgevers ontmoeten en partners leren kennen is een must in ons werkveld. Je komt verschillende mensen met diverse achtergronden tegen. Allemaal even belangrijk, maar iedereen met andere belangen terwijl ze een andere taal spreken. Voor een starter kan het dan wel eens spannend zijn om zijn mond open te trekken tijdens een overleg of een netwerkborrel met meer ervaren professionals.

De vraag die ons allemaal bezig houdt is ‘Hoe pak ik dit het beste aan?’ ‘Hoe laat ik mijn stem horen en hoe werkt dat netwerken nou?’ Bij mij werd het makkelijker toen ik me begon te realiseren dat die grote, ervaren professionals ook maar mensen zijn. Ik kwam erachter dat mensen het stiekem best wel leuk vinden om het over hun werk te hebben, iets waar ze in geïnteresseerd zijn en waar ze goed in zijn. Daarmee is ons werkveld meteen het raakvlak dat je hebt met die professionals, net zoals je bij een concert dezelfde muzieksmaak deelt. Vragen stellen mag, kennis delen is gewenst. Het is een drempel die je over moet – voor de één makkelijker dan voor de ander – en soms is het hebben van een beetje lef voldoende. We lopen er in elk geval allemaal tegenaan.

Af en toe is het daarom fijn om eens van de ervaringen van andere lotgenoten te horen. Hoe ga jij om met de overstap naar de ‘grote-mensen-wereld’? Dan kan het erg waardevol zijn om een netwerk van andere jonge professionals om je heen te hebben. YURPS is zo’n netwerk – voor en door jonge professionals – van het partnernetwerk van Platform31. Samen met de denktank organiseert YURPS leuke en leerzame bijeenkomsten, zowel inhoudelijk als gericht op het leren of verbeteren van competenties. Bijeenkomsten worden vrijwel altijd afgesloten met een netwerkborrel. Hier kunnen jonge professionals praten over inhoud, maar ook over ervaringen en leermomenten. Kortom; lekker netwerken dus. Dat klinkt misschien best eng, maar ach, je kunt het best: netwerken is nèt werken!

Suzanne Bleijenberg (Platform31) met bijdragen van drie denktankleden 2016 van YURPS: Mette Kalle (Woonstad Rotterdam), Tom Petiet (Portaal), Niek Hinsenveld (gemeente Enschede).



Als je goed om je heen kijkt


28 november 2016

Iedere ochtend fiets ik naar mijn werk over de Leidseweg in Utrecht. Iedere ochtend weer geniet ik daar van het uitzicht op de foto. Zelfs als het pijpestelen regent, vergeet ik nooit even te kijken. Ik zie heel bewust de twee treurwilgen met de seizoenen mee veranderen. Ze staan daar maar en bewegen mee met wat er om hen heen gebeurt. En toch voel ik af en toe de verbazing als het voor mijn gevoel ‘ineens’ voorjaar is en ook ‘zomaar’ weer herfst.
Deze combinatie van traagheid en snelheid voel ik eigenlijk op heel veel momenten en manieren. Ontwikkelingen gaan vaak traag. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen ontzettend snel. We zijn constant op zoek naar balans. We hebben te maken met continue verandering. Soms gaat deze traag en soms worden we ‘ineens’ geconfronteerd met een andere werkelijkheid.

Dit zie ik ook in mijn werk bij een woningcorporatie. We zoeken constant naar een antwoord op de vraag hoe de corporatie kan en moet bijdragen aan de ontwikkeling van de wereld om ons heen. Naar hoe we belangrijke ontwikkelingen het hoofd kunnen bieden of kunnen versnellen. Naar hoe we dit samen met onze omgeving kunnen doen. Omgaan met een veranderende woonvraag, kwetsbare doelgroepen, digitalisering…
Hét antwoord of dé oplossing bestaat niet. Ik voel me wel verplicht om steeds actief te blijven bedenken hoe je (on)gewenste ontwikkelingen kunt sturen. Dat verwacht ik ook van de mensen om me heen. Met aandacht voor je omgeving bereik je meer. Het zit ‘m vaak in kleine dingen. Het is de kunst om te blijven kijken. Door scherp te blijven, kun je zowel traagheid als plotselinge sprongetjes het hoofd bieden. Die grilligheid heeft ook z’n charmes.
En de treurwilgen? Het was wat grijs vanochtend, maar dat mocht de pret niet drukken. Ze stonden er weer prachtig bij vandaag. K. Schippers verwoordt het ontzettend mooi:

De ontdekking
Als je goed om
je heen kijkt
zie je dat alles
gekleurd is

Jikke van ’t Hof studeerde Sociale Geografie in Nijmegen, was trainee bij woningcorporaties via ‘Talent in Huis’ en werkt bij woningcorporatie Portaal als adviseur.



De romantiek van bewonersparticipatie


14 november 2016

Op 1 november 2016 organiseerde Platform31 de Dag van Stad en Regio Meet Up. Als YURPS-partner mocht ik voor de themasessie ‘zelfredzaamheid en het beperken van sociale segregatie in wijken’ de terugkoppeling verzorgen. Dit verliep niet al te soepel: verschillende meningen zonder enige voorbereiding vertalen naar een samenhangend verhaal bleek niet mijn sterkste punt te zijn. De kern van de boodschap was echter helder: zet bewonersparticipatie in om de sociale segregatie in wijken aan te pakken.

Sociale segregatie, sociale verdeeldheid, sociale cohesie, sociaal kapitaal; het zijn rekbare begrippen die door onderzoekers nogal verschillend worden geïnterpreteerd en gebruikt. Uit al deze begrippen is een droombeeld af te leiden van de samenleving zoals wij die graag zien: segregatie en verdeeldheid is slecht, sociale cohesie is goed. Los van de vraag hoe je deze concepten meetbaar kan maken, willen we allemaal dat een wijk lééft. Ruimtemakers willen interactie, het liefst op alle mogelijke fronten. Jong en oud, arm en rijk, Nederlanders of Nederlanders met een migratieachtergrond (om de nieuwe bewoording te volgen) – alles moet samen doen en samen leven.

De overheid wil bovendien dat de bewoners deze interactie zelf vormgeven. Met de afbrokkeling van de verzorgingsstaat wordt bewonersparticipatie steeds meer een trend. De overheid trekt zich terug en bewoners worden aangespoord om zelf de handschoen aan te trekken. Tijdens de themasessie werd het onderwerp participatie uitgebreid besproken. Eén van de deelnemers gaf terecht aan dat gedwongen participatie (via de Participatiewet) niet de juiste manier is om mensen in beweging te krijgen. In het meest ideale geval zou participatie eigenlijk vorm moeten krijgen vanuit de intrinsieke motivatie van mensen.

In de praktijk zie ik vaak dat deze intrinsieke motivatie ontbreekt. De ideale samenleving waar iedereen een steentje bijdraagt aan de leefbaarheid van een dorp, buurt of wijk is wat mij betreft een romantisch droombeeld. 100% deelname zal nooit worden bewerkstelligd. In de eerste plaats omdat niet iedereen zin heeft om zich in te zetten voor de buurt of wijk. Niet voor niets zijn het altijd dezelfde personen die het klusje klaren: degenen die de wijkraad vullen, zitten immers ook in het comité van de voetbalvereniging en knappen tijdens burendag de speeltuin op. In de tweede plaats beschikt niet iedereen over dezelfde middelen om participatie vorm te geven, zoals sociale netwerken en kennis. Juist daarom zijn er altijd organisaties en voorzieningen nodig (zoals welzijn, een wijkplatform en een ontmoetingscentrum) om wijkbewoners te activeren die doorgaans niet zo eenvoudig te bereiken zijn. Het is zoeken naar middelen om dit op een ongedwongen wijze te bewerkstelligen.

Marlous Rosegaar,
Rosegaar omgevingsmanagement



Enschede fietsstad


1 november 2016

Ik woon op 5 minuten fietsen van het Stadskantoor. Volgens Google Maps is het 1.3 km en 6 minuten fietsen. Ik kan behoorlijk flexibel beginnen, soms vereist een vergadering dat ik er om 08:00 ben, soms is het lastig opstaan en laat mijn agenda het toe om pas tegen 09:00 te verschijnen. Ongeacht het tijdstip waarop ik begin, ik ga altijd net iets te laat weg en moet dan behoorlijk snelheid maken wil ik nog op tijd zijn. Mijn bruine Gazelle Sport Primeur met drie versnellingen verandert dan opeens in een blitse wielrenfiets waarmee ik iedereen voorbij scheur. Van mijn huis naar het stadskantoor is in feite een straat zonder bochten, dus een perfect parcours voor dit noodzakelijke en niet geheel onvermakelijke sjezen. Totdat ik het enige kruispunt op mijn route nader, waar ik tussen acht en negen ’s ochtends uiteraard niet de enige ben op weg naar werk of school. Het is altijd een soort kansspel. Als ik geluk heb springt het stoplicht op groen zodra ik het kruispunt nader, en kan ik zonder vaart te minderen mijn weg vervolgen. Als ik pech heb, dan staat het licht al op rood en zie ik de laatste mensen die groen kregen al ruim aan de overkant verder fietsen. Vaak met een slakkengangetje.

In het laatste geval ontstaat er altijd een interessante situatie. De fietsverkeerslichten op dit kruispunt zijn namelijk voorzien van een leuk aftelsysteem, zodat je ongeveer kunt inschatten wanneer je weer mag. Ongeveer, niet precies, want soms duren de laatste drie stipjes langer dan het laatste halve cirkeltje. In elk geval staan de verkeerslichten zo ingesteld dat na elk groen voor auto’s, alle fietsers gelijktijdig groen krijgen. Dus als er nog maar een paar stipjes staan, kun je mijns inziens al gaan fietsen, want je weet dat hij ogenblikkelijk op groen springt. Sommige mensen vinden dit lastig. Die blijven liever staan, en pas nadat het licht op groen is gesprongen, zetten ze hun voet weer op de trapper of hun bips op het zadel. Dit fenomeen maakt het onfortuinlijke geval van rood licht toch altijd weer een interessante belevenis, want wat zullen mijn collega fietsers dit keer doen; anticiperen of afwachten? Als ze anticiperen en (met mij) wegfietsen zodra de laatste stipjes spoedig zullen doven, dan schept dit een subtiel gevoel van geestverwantschap, een prettig begin van de werkdag. Maar als ze afwachten vraag ik mij af, waarom? Is het een staat van totale mindfulness (je gaat als je tijd gekomen is, niet eerder en niet later) of is het zekere mate van onwil om de eindbestemming (saaie baan of stomme docent) eerder dan mogelijk te bereiken? Ik durf het ze niet te vragen. Waarschijnlijk ben ik in hun ogen iemand die simpelweg wat eerder had moeten opstaan, dan hoef je niet zo te racen. Nu ik erover nadenk, hoor ik het ze zeggen. Waarvan akte.

Wouter Asveld,
beleidsmedewerker Economie & Werk, gemeente Enschede



De avonturen van een corporatiemedewerker


18 oktober 2016

Als projectleider Wijkverbetering breng ik het merendeel van mijn dagen door achter een beeldscherm, op een comfortabele bureaustoel, peinzend over scenario’s voor complexingrepen of bewonersparticipatie. Zo nu en dan dwing ik mezelf om even het kantoor achter me te laten en de echte wereld in te gaan. Vaak naar een bezichtiging, een oplevering of een welkomstgesprek, maar dit keer naar een gevalletje ‘hier zit een luchtje aan’..

Is dit Rotterdam? Wat is hier gebeurd? Welke inbreker doet zoiets? Of heeft hier een bende wilde Pokémons huisgehouden? Dit vragen mijn collega en ik ons af terwijl we al strontvlieg ontwijkend de trap in het portiek opklimmen. Die extra stap richting de voordeur was niet nodig geweest om te constateren dat er aan deze woning weinig eer meer te behalen valt. Moeilijk voor te stellen dat hier over iets minder dan een jaar een keurig gerenoveerde woning van gemaakt is.

De vorige huurder ontving eind vorig jaar een brief met daarin de mededeling dat zijn woning gerenoveerd ging worden en hij moest verhuizen. Aangezien meneer geen onbekende van ons is, hebben we de wijkbeheerder gevraagd hem te ondersteunen in zijn zoektocht naar een nieuw onderkomen. Zoals verwacht ging dit niet zonder slag of stoot. Hij weigert al jaren structurele hulp, heeft schulden en is stamgast bij ons op kantoor, waarbij hij na de zoveelste tirade zelfs niet meer welkom is.

De ruïne, in een ver verleden ook wel bekend als woning, blijkt door hem zelf te zijn veroorzaakt. De aannemer werd enige tijd geleden op pad gestuurd vanwege een defect toilet, maar kwam ter plaatse al kokhalzend tot de constatering dat de huurder deze zelf eerst vakkundig had gesloopt en er daarna gebruik van had gemaakt. Toch blijft de huurder waar die zit en verwacht hij er een paleisje voor terug wanneer hij moet verhuizen. Er zit altijd een verhaal achter dit soort verhalen. In dit geval weten we helaas niet genoeg over de achterliggende situatie van onze huurder. We weten niet waarom hij zijn woning vervuilt en dat maakt acteren lastig. Voor ons is het bittere noodzaak dat hij een andere woning vindt, niet alleen omdat we uiterlijk eind dit jaar moeten starten met de renovatie of dat we anders korting op de verhuurdersheffing mislopen, maar vooral omdat meneer tot onze primaire doelgroep behoort. Wij zijn op aarde om die groep mensen die net wat extra hulp en ondersteuning nodig hebben onderdak te bieden, maar wat als hij alle hulp weigert en dreigt wanneer hij niet krijgt wat hij wil?

Ondanks dat dit verhaal uit het leven gegrepen is en helaas in meer of mindere mate herkenbaar voor collega’s in den lande, vormt het gelukkig ook een uitzondering. Nog steeds is het werken bij een woningcorporatie een dankbare roeping waarbij we dagelijks mensen stralend de deur uit zien lopen na het tekenen van hun huurcontract. Ook daar wil ik gerust nog een keer in geur en kleur over vertellen, maar dit keer krijg je stank voor dank.

Fense Berkhof,
projectleider wijken, Woonstad Rotterdam


yurps-denhaag


Gemeente: pak je woonrol!


4 oktober 2016

Sinds de nieuwe Woningwet maken woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties samen prestatieafspraken over wat er nodig is in de gemeente. Op veel plekken was er al goed overleg, maar met de nieuwe wet wordt dit vanzelfsprekender en beter gestructureerd. Klinkt lekker ambtelijk, maar het betekent echt iets voor de manier waarop de corporatie zijn werk gaat doen. Startschot voor dit overleg is namelijk de woonvisie van de gemeente. Wat is nodig en welke bijdrage wordt hiervoor van de corporatie gevraagd?

Om mee te praten moet je iets inbrengen. Gemeenten moeten dus opnieuw leren kijken naar hun eigen woningvoorraad. Welke woningen zijn nodig in welke wijk? En kunnen de bewoners doorstromen, zelf kiezen tussen huur en koop en genieten van hun directe omgeving? Via de prestatieafspraken kunnen gemeenten hun corporaties beter sturen in het sociale segment. En met scherpe keuzes bij de gronduitgifte kan worden geanticipeerd op de behoefte aan huurappartementen en langer zelfstandig wonen. De gemeente is namelijk de enige die kan sturen in de gebouwde omgeving en die de democratische legitimiteit heeft om dat te doen.

Mijn oproep voor iedereen op en rond het lokale wonendossier is daarom: bedenk hoe jouw gemeente eruit moet zien. Wie wonen er, wie komen er wonen, wat willen zij en wat wil jij? En vooral: wat kan jij doen om je gemeente aan de slag te krijgen? Schotje voor de boeg: denk eens aan nieuwe contacten smeden, bemiddelen en gedegen woononderzoek, of aan pakketinvesteringen met afspraken voor verschillende projecten tegelijk, waarin de gemeente kan geven en nemen.

Het ligt allemaal binnen handbereik. Pak die luxepositie dus met beide handen aan en zorg dat jouw gemeente een stempel zet op de woningmarkt!

Simone Kramer,
Beleidsadviseur, ministerie van BZK


yurps-hanneke-snippen


Agglomeratiekracht voor dummies – en inwoners?


21 september 2016

Daar zit ik dan als nieuwbakken strategisch adviseur van de gemeente te overleggen met collega’s over de ruimtelijk-economische koers van de gemeente en de regio. En komt de term ‘agglomeratiekracht’ op tafel. Waar ik als niet-econoom slechts vage beelden bij heb die iets te maken hebben met verstedelijking en ontwikkeling…

Super belangrijk

Ik verdiep me er een beetje in via Google en krijg er al gauw meer beeld bij. Binnen steden en stedelijke netwerken kunnen mensen en bedrijven elkaar gewoon beter vinden dan daarbuiten. Meer voorzieningen, meer bedrijvigheid, betere infrastructuur en kwaliteit van leven zijn zo wat van die agglomeratievoordelen die ik steeds terug vind. Dat zijn zaken die alle inwoners, ondernemers, bestuurders, politici en ambtenaren aangaan. Super belangrijk dus.

Kansen blijven liggen

Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft Nederland op dit vlak kansen laten liggen. In 2014 constateert deze organisatie dat Nederland een goede uitgangspositie heeft omdat het een hoge mate van verstedelijking kent. Een specifiek kenmerk voor Nederland is dat er ook veel kleinere en middelgrote gemeenten zijn. Dat betekent dat in heel het land veel kans bestaat op nabijheid van een stad of stedelijk gebied, met alle mogelijke voordelen van voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid van dien. Die voordelen kunnen volgens de OESO in Nederland nog beter verzilverd worden. Bijvoorbeeld door verbindingen tussen de stedelijke gebieden te versterken, regionale strategieën te ontwikkelen en bestuurlijk meer op de specifieke behoeften in het gebied in te spelen.

Bestuurlijke daadkracht

De handschoen wordt in Nederland voortvarend opgepakt, zo lijkt het. De City deals, convenanten en proeftuinen zijn niet van de lucht. Met publicaties als ´Maak verschil´ van de Studiegroep Openbaar Bestuur (inclusief proeftuinen) en de VNG notitie ´Samen de regionale economie stimuleren´ worden gemeenten en regio´s hiertoe gestimuleerd, in de hoop op groeiende welvaart.

Stoomcursus

Ook in de regio van Utrecht10 (U10) wordt een ruimtelijk-economische koers ontwikkeld. In Zeist, één van deze U10 gemeenten, heeft de gemeenteraad verzocht daarover in gesprek te gaan met de Zeister samenleving. Aan mij en mijn collega´s de schone taak de thematiek en het belang ervan duidelijk te maken, zowel in de aankondiging ervan als tijdens de gespreksavond zelf. Nu wordt het de kunst te laten zien hoe belangrijk de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio is. Misschien beginnen we de gespreksavond wel met een stoomcursus ´agglomeratiekracht´ .

Hanneke Snippen, gemeente Zeist

Bron: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling; OECD Territorial Reviews: Netherlands 2014.



In de toekomst geen ‘zij’


5 september 2016

De Omgevingswet, nut of noodzaak? In 2019 moet het zover zijn, dan zal ruimtelijke ontwikkeling op een compleet andere manier plaatsvinden dan nu. Althans, dat is het streven. Er wordt dan een nieuw stelsel van wet- en regelgeving van kracht. Welke werkelijke veranderingen dat met zich mee brengt moet dan blijken. Sommigen spreken van een revolutie, anderen over een ‘nietje’ en ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Wellicht hoeven we dat laatste niet eens negatief te interpreteren, want een hoop gaat ook al best goed.

Wat is dan goed? In het Nederlandse poldermodel is iets goed als er met voldoende mensen over nagedacht en gesproken is, iets goeds is iets overlegd. Zeker als het gaat om onze omgeving. Tijdens mijn opleiding leerde ik zelfs dat planologie het beleidsveld is waarin voor het eerst meningen van belanghebbenden formeel geraadpleegd werden. En inmiddels zijn we een stuk verder. Zo wordt in Eindhoven bijvoorbeeld sinds 2008 samenspraak toegepast als werkwijze om mensen zo vroeg mogelijk bij ontwikkelingen te betrekken.

Waarom dan eigenlijk zo’n grote ingrijpende stelselwijziging? Ultiem probeert de omgevingswet, naar mijn idee, een brug te slaan tussen de overheid en de rest. Want daartussen is een kloof ontstaan. Er is een wij-zij-denken, waarbij ambtenaren het nog vaak beter denken te weten en andere partijen verantwoordelijkheden afschuiven op de overheid.

In Eindhoven verkende ik samen met een groep collega’s wat nodig is aan voorbereiding op de stelselwijziging. Mijn focus lag daarin bij de nieuwe rol van de overheid en de mogelijke procesinrichting om vorm te geven aan de verschillende instrumenten uit de Omgevingswet. Gedeelde verantwoordelijkheid lijkt een belangrijk uitgangspunt, waarbij zelfsturing een sleutelwoord vormt.

Dit is precies waar we vanuit Bram consultants op inspelen: persoonlijk leiderschap. De persoon op de plek, daar waar hij nodig is. Ongeacht voor wie hij werkt. Gedeeld risico om dat mogelijk te maken. En vooral ook vrijheid en flexibiliteit. In de toekomst gaat het eerst om wat jezelf wilt en kunt en daarna hoe je anderen kunt helpen te verwezenlijken wat zij willen. Dat is de samenleving van morgen. Dat is de toekomst. Ik en wij.


Lorenzo Goudsmits rondde in augustus het traineeprogramma de Toekomst van Brabant af. Hij werkte in de afgelopen twee jaar voor de provincie Noord-Brabant, gemeente Helmond en gemeente Eindhoven. Momenteel is hij ‘in between jobs’ aan het backpacken door Zuidoost-Azië. Per 24 oktober start hij bij de gemeente Eindhoven als flexibel inzetbare Bram consultant.



Voorbij het autotijdperk: de binnenstad transformeert

27 juni 2016

Nederlandse binnensteden veranderen steeds meer van functie. De ontwikkelingen in de winkelbranche zorgen voor een andere ruimtelijke invulling van het centrum. Een minder opvallende, maar misschien nog wel een belangrijkere ruimtelijke verandering in de binnenstad is dat de auto langzaam uit het straatbeeld verdwijnt. Waar de auto’s tot in de jaren negentig heersend waren op straat, wordt nu steeds meer ruimte gemaakt voor fietsers en voetgangers. Er is weer aandacht voor de menselijke schaal in het “verkeersriool”, ook wel bekend als de binnenstad.

Ik vind het interessant om te zien dat na zo veel jaren de boeken van Jane Jacobs en Jan Gehl eindelijk serieus worden genomen. Niet alleen omdat er meer ruimte nodig is vanwege de stedelijke verdichtingsopgave of om ‘plaats’ te maken, ook omdat het stedelijk klimaat lijdt onder de autodruk. De luchtvervuilingsnormen worden in veel steden overschreden. Luchtvervuiling is volgens Milieudefensie doodsoorzaak nummer drie. Het is tijd om hier iets aan te doen om zo de leefbaarheid van steden te garanderen.

Door het autoluwer maken van binnensteden wordt de schaal weer terug gebracht naar de bewoner, werker en bezoeker van de stad. Het domein van de straat maakt een transitie van een auto georiënteerde naar een voetganger/fietser georiënteerde straat. Dit zie je onder andere in Eindhoven, Rotterdam en Barcelona. In de binnenstad van Barcelona worden de blokken van Cerdà vergroot naar superblocks. Binnen deze blokken wordt een voetgangervriendelijk grid gecreëerd. Dit betekent: verboden voor doorgaand verkeer en alleen bestemmingsverkeer is toegestaan, oftewel een autoluwe straat.

Door je als gemeente te focussen op autoluwe straten, creëer je kansen om de openbare ruimtes aantrekkelijker te maken en meer kwaliteit te bieden. Het biedt tevens mogelijkheden om te vergroenen en de waterberging aan te pakken. Ten slotte nodigen autoluwe straten uit om meer te lopen en te fietsen en draag je als gemeente bij aan een gezonde(re) stad. Als stedenbouwkundige zie ik het als uitdaging om de identiteit van de stad zichtbaar en tastbaar te maken door middel van deze ruimtelijke herinrichting van de straat. Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk dat je de bereikbaarheid van de stad en de veiligheid van de straat waarborgt.

Als je je bedenkt dat het merendeel van de openbare ruimte bestaat uit straten, dan snap je dat een multidisciplinaire aanpak erg belangrijk is om zo te voorkomen dat het één-dimensionele ruimtes worden. Om stromen en verblijven goed te laten werken in één ruimte is het daarom van belang om vooral de verkeerstechnische ontwerpers met de ruimtelijke ontwerpers te laten samenwerken. De visie Eindhoven op Weg is een stap in de goede richting om deze twee disciplines samen aan Eindhoven te laten werken. Echter moet er nog een vertaalslag plaats vinden die deze visie tot een gedragen en uitvoerbaar plan maakt.

Het is mooi om aan dergelijke multidisciplinaire projecten te werken en samen tot een veiligere, gezondere en aantrekkelijkere straat te komen die toekomstbestendig is en de stad representeert. Ik ben benieuwd hoe onze binnensteden er over tien jaar uitzien!

Dafne van der Heijden MSc,, junior stedenbouwkundige, gemeente Eindhoven, afdeling Omgevingskwaliteit




De route naar Europa

16 juni 2016

Euh… Europa? Met deze vraag begint de Routekaart Europese Samenwerking die ik bij de Amsterdam Economic Board heb opgesteld voor gemeenten. Voor ‘sommige’ ambtenaren uit de (kleinere) gemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam – en uiteraard van toepassing op andere regio’s in Nederland – is Europa ver weg. Terwijl de grotere gemeenten en veel grensgemeenten (door de nabijheid van België en Duitsland en daarmee noodzaak tot samenwerking) al jarenlang de weg in Europa prima weten te vinden, is dit voor de kleinere gemeenten vaak lastiger. Verklaringen hiervoor zijn onder meer de onbekendheid, het ontbreken van de juiste kennis en netwerk (om te starten en om de ervaring om te bouwen) en de vraag of de kosten wel tegen de baten opwegen (investering in geld, capaciteit, slaagkans). Mijn advies is dan ook: ga niet ‘alleen’ als gemeente richting Europa, maar doe dit samen met je regio! Wil je weten hoe? Klik hier om in 9 stappen de weg naar Europa te vinden.

De route richting Europa is voor samenwerkingspartners van gemeenten, kennisinstellingen en bedrijven een hele andere. De kennisinstellingen weten de weg over het algemeen goed te vinden, net als de grote bedrijven, maar voor het MKB, en zeker voor de kleinere MKB’s is het vaak lastig om te starten, terwijl er wel heel veel mogelijk is in Europa en het MKB door Europese samenwerking zijn afzetmarkt kan vergroten. Zonde dus dat het zo lastig is. Mocht iemand binnen het YURPS-netwerk al een goede soortgelijke aanpak voor het MKB kennen als deze routekaart die we bij de Amsterdam Economic Board ontwikkeld hebben, dan hoor ik het graag!

Tessa de Boer, Amsterdam Economic Board

Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie
Nederland is dit eerste half jaar van 2016 voorzitter van de Europese Unie. Dit biedt een mooie gelegenheid om een route in Europa af te leggen en af en toe eens uit te stappen bij de diverse activiteiten die georganiseerd worden in Amsterdam, zie:




Een eigen plekje


1 juni 2016

Het is belangrijk om eigen woonruimte te hebben, een basisbehoefte zelfs. Ook mijn plekje biedt mij – en als het goed is iedereen – rust en stabiliteit. Toch is het beschikken over een huisje niet voor iedereen vanzelfsprekend, wat ik soms wel eens vergeet. Voor mij is het daarom goed als er zich een situatie voordoet waardoor ik weer met mijn neus op de feiten wordt gedrukt. Nu ik ‘in between apartments’ ben, realiseer ik me ineens waarom eigen woonruimte zo belangrijk is.

In eerste instantie zou ik al per maart in mijn nieuwe woning zitten, een nieuwbouwappartement in Utrecht. Niet alleen kreeg ik een nieuwe woning, ik zou die week ook op vakantie gaan, 3 weken naar het Caribische gebied. Op het moment dat ik terug zou komen, kon ik mijn woning – inclusief vloer die in de tussentijd gelegd werd – betrekken. Echter, wegens ‘slecht weer’ is de oplevering uitgesteld, wat ik pas te horen kreeg nadat ik mijn oude contract in mijn studentenwoning al had opgezegd en een groot deel van mijn spullen al had verhuisd. De nieuwe huisgenoot was al gekozen en alles voor zijn intrek was al geregeld. Mijn spullen waren inmiddels op 5 verschillende locaties in Utrecht gestald, ik was tijdelijk ingetrokken bij mijn vriend en mijn vanzelfsprekende eigen plekje had ik die weken even niet.

Vijf weken lang heb ik al mijn spullen in dozen en tassen gehad. Ik realiseer me dan ook pas wat een chaos dat creëert in zowel mijn hoofd als dat van mijn vriend. Wat mijn situatie betreft, heb ik geen recht van klagen. Ik ben goed opgevangen door mijn vrienden en heb de tijd dat ik terug in Nederland was zo’n 2,5 week bij mijn vriend kunnen slapen. Desondanks realiseer ik me nu waarom de woningcorporatie waar ik werk – Woonstad Rotterdam – zo’n belangrijke functie vervult: het realiseren van goede, betaalbare woonruimte en daarmee een goed en betaalbaar eigen plekje voor iedereen.

Mette Kalle, Woonstad Rotterdam




De liefde voor mijn vak


19 mei 2016

Het ontwikkelen van woningen is niet zomaar een vak. Zeker niet als je het vanuit een woningcorporatie benadert. Natuurlijk gaat het ook over vierkante meters, rendement en exploitatieresultaat. Maar het gaat vooral over het uitvoering geven aan een maatschappelijk belang van betaalbaar en comfortabel wonen. Over dromen en verwachtingen, over mensen.

De stenen zijn een middel om de levens van mensen vorm te geven. Kinderen worden er volwassen, hun ouders worden er opa’s en oma’s. De avonturen en herinneringen die ontstaan in en om de woningen is hetgeen waarvoor je het allemaal doet. Een groot woongenot creëren waardoor de stenen de dromen van mensen kunnen ondersteunen.

Ik ben net begonnen met een project aan het Waalfront in Nijmegen. Een prachtig gelegen gebied aan de Waal, vroeger een Romeinse nederzetting. Door de industriële ontwikkelingen is er een bedrijventerrein ontstaan, die nu plaats maakt voor een nieuwe woonwijk. Met behoud van de historische elementen zal deze nieuwbouwwijk de aansluiting gaan zoeken met het naastgelegen stadscentrum van Nijmegen. Hierdoor wordt het een wijk met aan de ene kant rust en water, maar aan de andere kant het bruisende stadsleven.

De uitdaging is om op deze prachtige (en dus dure) locatie enerzijds zoveel mogelijk kwaliteit te creëren en het tegelijkertijd betaalbaar te houden zodat ook de minder vermogende mensen de mogelijkheid hebben om deel uit te maken van het nieuwe gedeelte van de stad. Ik kan niet wachten nieuwe dromen te faciliteren!

Tom Petiet, Portaal




Buiten spelen


3 mei 2016

Eigenlijk vind ik het wel lekker zo. Overal waar ik kijk, alleen de horizon in de verte. Geen mens om me heen. Geen geluid dat mijn oren binnendringt. Behalve dan die sinds Roosendaal tot stoptrein gedegradeerde intercity, die mij naar Middelburg brengt.

De laatste maanden ben ik best vaak onderweg voor werk. En best vaak kijk ik op tegen de reistijd, de treinritten en het overstappen. Zo makkelijk kom je vanuit Amsterdam nou ook weer niet in Middelburg, Lochem of Beetsterzwaag. Je bent je dag kwijt aan reistijd voor een overleg dat inclusief nababbel anderhalf uur duurt.

Maar eigenlijk vind ik het wel lekker zo. In de stilte van de trein werk en denk ik harder. Door de gesprekken met gemeenten, provincies en woningcorporaties leer ik. Over hoe het spel tussen gemeenten, woningcorporaties en huurders in de praktijk werkt. Over de realiteit van gemeentepolitiek en over hoe een corporatie denkt en werkt. En natuurlijk over hoe men van buitenaf aankijkt tegen onze Haagse ‘ivoren torens’.

En ook voor de ander werkt het. Met wat inzicht in de Haagse werkelijkheid kunnen zij vaak ook weer een stap verder. Best wel nuttig dus, dat ‘buiten spelen’. Ik kan het mijn collega-rijksambtenaren in ieder geval van harte aanbevelen.

Kevin Klop, Ministerie van BZK




Ontwikkelaanpak in Nederland: een ‘house of cards’?


18 april 2016

Je kent het vast wel (of via via weleens van gehoord): de serie ‘House of cards’. Een Amerikaanse televisieserie over de politiek in Amerika (een kaartenhuis dus). Een boeiende manier om kennis te maken met het presidentiële systeem in Amerika en met name hoe het personage ‘Frank Underwood’ redeneert (gebrekkige communicatie, kent geen ‘algemeen’ belang, chantage, omkoping).

Zoals uit de serie blijkt, verdient dit systeem en al helemaal Frank Underwood, absoluut niet de schoonheidsprijs. Je kunt je natuurlijk afvragen, welk bestuurlijk en politiek systeem of bestuurder tegenwoordig wel? En dat maakt dat een sprong naar ons eigen Nederlandse, parlementaire systeem en het Rijk gauw gemaakt is.

We staan voor ontwikkelingen als transities in de zorg, vluchtelingenproblematiek, een krappe woningmarkt (zeker voor bepaalde inkomens), hoe we al met al een switch kunnen maken van een pure verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij.

De keerzijde hiervan ervaren wij ook: er heerst een ‘afrekencultuur’ (fouten maken kan niet) in overheidsland. Daar zijn we ons wel steeds meer van bewust en dat is dan ook zeker een positieve ontwikkeling. Het is simpelweg niet hoe ons stelsel zou moeten werken, laat staan dat het de basis is. Met sommige ontwikkelingen mogen we dus zeker blij mee zijn, maar het woord ‘ontwikkeling’ staat helaas ook inherent aan ‘regelreflex’ en dat is dan weer minder. De kans is groot dat daarmee verwachtingen worden gewerkt die niet helemaal realistisch zijn en heel overheidsland overspoeld wordt met onderzoeken, adviesrapporten en handvatten.

Er is misschien wat inlevingsvermogen voor nodig, maar de reactie op deze ontwikkelingen door onze overheid, heeft dat soms niet veel weg van een ‘kaartenhuis’? We reageren met regelgeving, al dan niet gebaseerd op heel wat onderzoeken/adviesrapporten, komen erachter dat het niet helemaal werkt, passen de regels aan (wederom op basis van onderzoeken) of bedenken (favoriet!) éxtra regels. Vervolgens werkt het naar verloop van tijd nog niet helemaal naar onze zin en gooien we de boel rigoureus om. Regionaal en lokaal overheidsbeleid daarin volgend. Conclusie: niemand snapt er meer wat van, de afrekencultuur wordt sterker, onvrede en onbegrip bij met name inwoners, en al met al een instortend kaartenhuis.

Zijn we ons hiervan bewust? Ja. Proberen we met man en macht te voorkomen dat er een kaartenhuis wordt opgezet, of dat het instort? Ja. Hoe? Paradoxaal: door nog meer rapporten, onderzoeken en helaas, regelgeving. Neem bijvoorbeeld de nieuwe Omgevingswet. Als gemeente mag je daar volop mee experimenteren, maar…wel door jouw pilot officieel aan te melden bij het ministerie en te voldoen aan voorwaarden (regelreflex!).

Is een kaartenhuis dan zo negatief? Nee hoor, dat hoeft niet. Wat mij betreft kan een ‘kaartenhuis’ juist voor ‘trial and error’ zorgen. Stort het huis in, beginnen we opnieuw, totdat we een stevig fundament te pakken hebben. Een kaartenhuis kan dus ook zeer krachtig zijn. De kunst is alleen wel de geloofwaardigheid in de kracht van de ontwikkeling niet te verliezen. Net als dat Frank Underwood niet te lang door moet gaan met zijn huidige aanpak (ik volg nu seizoen 4), want het duurt gok ik niet lang voor hij zijn geloofwaardigheid definitief verliest.

Jorieke Vermeulen, strategisch adviseur – gemeente Zeist




Niet organiseren, wel faciliteren!


4 april 2016

Een aantal weken geleden was ik onderweg naar Paleis het Loo voor het Locatus congres dé Retail Wake Up, vol trends, analyses en toekomstvoorspellingen over de noodlijdende winkels in Nederland. In de trein was ik aan het nadenken over een discussie die ik die ochtend gevoerd had met een collega. We waren het volledig met elkaar eens. Als overheid zou je nieuwe ontwikkelingen niet zelf moeten willen organiseren. Tegen de tijd dat jij, als overheid, iets geregeld of bedacht hebt, is de rest van de wereld alweer tien stappen verder. Je kan ontwikkelingen echter wel faciliteren.

Met die gedachte in mijn achterhoofd was mijn doel voor de middag dus simpel; Ik zou gaan achterhalen welke ontwikkelingen de toekomst zou brengen op het gebied van detailhandel. En eenmaal aangekomen werd het een interessante middag vol met tegeltjeswijsheden ‘wie niet horen wil, moet maar voelen’, open deuren, analyses en ideeën. Gesterkt in een aantal persoonlijke meningen (zie je wel, zo werkt het!) en met een aantal visitekaartjes in mijn hand ging ik na de laatste pauze vol verwachting naar mijn plek om te luisteren naar een op het laatste moment ingevlogen spreker; Bruno Fabre – Trendwatcher.

Een fascinerend verhaal over de gigantische mogelijkheden die ontstaan door technologische ontwikkelingen. Het ging over een breed scala aan onderwerpen; welke beroepen worden door techniek overbodig, artificial intelligence & de zelf lerende robotarmen van Amazon tot en met het voor mij meest onwerkelijke; het opnemen en op Facebook plaatsen van je eigen dromen. Mijn eerdere eureka moment werd teniet gedaan en maakte plaats voor de conclusie van die ochtend: niet organiseren wel faciliteren. En hoe het nu verder zou gaan met de detailhandel is en blijft een lastig vraagstuk.

Niek Hinsenveld, beleidsadviseur Economie – gemeente Enschede




Leren van burgerinitiatieven


21 maart 2016

“De burger staat centraal. De einddoelgroep is leidend. Burgers zijn betrokken.” Ik verbaas me vaak hoe snel en makkelijk dit gezegd wordt. In de praktijk ervaar ik dat burgerparticipatie of zelfs overheidsparticipatie niet vanzelfsprekend is. Met participeren bedoel ik niet informeren of de standaard inspraakmomenten, maar daadwerkelijk meedoen en meebeslissen vanaf het begin van een proces. Natuurlijk maakt het een proces meer divers en wellicht complexer. Voor mij als professional is het juist een uitdaging om de dialoog aan te gaan en te luisteren wat burgerinitiatieven te bieden hebben. Door te leren van ambitieuze burgerinitiatieven geven we handen en voeten aan de nieuwe democratie.

Zo was ik afgelopen jaar in Beltrum, een dorp in de Achterhoek, waar inwoners een nieuw Kulturhus realiseerden. Beltrum heeft te maken met krimp van bevolking en voorzieningen. Daarbij komt dat het zorgcentrum dreigde te sluiten en het dorpshuis uit de jaren ’70 versleten was. Er ontstond een actiegroep met vrijwilligers die vanaf het begin alle inwoners in het dorp heeft betrokken. In plaats van te denken in stenen is er gedacht vanuit mensen. Het Kulturhus De Wanne is geen standaard gebouw, maar bestaat uit slimme verbindingen tussen bestaande accommodaties. De actiegroep heeft tijdens het proces veel met inwoners, verenigingen en betrokken professionals gesproken over de mogelijkheden. Uiteindelijk delen alle betrokkenen het besef dat je het alleen niet meer redt in een kleine kern.

Het resultaat van de samenwerking is dat ieder het gezamenlijk belang voorop zet. In stenen resulteert dat in een nieuw concept. Het hart van het Kulturhus vormt het verbouwde Wit Gele Kruisgebouw met ruime openingstijden, een bar, bibliotheekhoek, enkele kantoorruimten en de op het nippertje geredde pinautomaat. Na schooltijd zijn de gymzaal en computers van de basisschool te huur via Stichting Kulturhus de Wanne. In het zorgcentrum is naast woonruimte voor kwetsbare ouderen nu ook het jeugdhonk gevestigd en de kapel is omgevormd tot een moderne, multifunctionele ruimte. De grootste zaal van het Kulturhus is gerealiseerd in de kerk, inclusief vloerverwarming en verplaatsbare wanden. De exploitatie is sluitend en er komt geen subsidie aan te pas. Door de dynamische beheervorm kunnen ruimten in de toekomst worden afgestoten als blijkt dat deze niet meer nodig zijn.

Ik bewonder het geduld en durf van de actiegroep. Het burgerinitiatief heeft de behoeften en bijdragen van inwoners opgehaald, om vervolgens professionals van gemeente, basisschool, zorgcentrum en kerk hiermee te confronteren. Het is de actiegroep gelukt om het belang van de burgers voorop te houden. Het resultaat inspireert en het initiatief levert meer op dan van tevoren verwacht. Zo is naast het verbinden van burgers, professionals en accommodaties ook de openbare ruimte aangepakt. Het nieuwe plein is als een tapijt: “it really ties the room together”.

Daniëlle Damoiseaux, onderzoeker lectoraat Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen




Een ochtendritueel in de vernieuwende Domstad


22 februari 2016

Zelf ben ik niet iemand die al vrolijk op haar fietsje zit om 8.00u ’s ochtends; laat staan nog eerder… Meestal rommel ik rond die tijd nog wat aan thuis. Het tasje met make-up staat naast mijn (healthy?) bakje yoghurt. De ietwat vluchtige happen en strijkjes mascara wisselen elkaar af tijdens het half volgen van de tv-nieuwsitems. De klok links onderin beeld bij WNL blijft mij herinneren aan de wegtikkende tijd en het wederom gehaast de deur uit moeten gaan.

Eenmaal buiten, stort ik mij in de tijdrit richting de wit, afstekende ‘U’: het Stadskantoor, terugdenkend aan de warme en sfeervolle start van de Tour de France afgelopen zomer. Inhaalmanoeuvres, met een rammelend voorste spatbord van mijn stadsfiets, geven een studententijdgevoel. Waar het Janskerkhof voor mij elke ochtend nog wat nostalgie uitstraalt, brengt het laatste stuk van mijn fietstocht na Vredenburg, mij telkens in het veranderlijke nu.

Buiten de veelbesproken omleidingen rond het stationsgebied, waar óók ik me aan erger als fietser, laat ik mij steeds verbazen over de status van de Catherijnesingel aan de Catherijnekade. Ja, want die wordt – na nog geen halve eeuw te zijn verdwenen – weer in ere hersteld. Het is een mooi rustmomentje in de ochtend en het enige stoplicht waarbij ik het niet erg vind om te wachten, zo half op een van de bruggen van de Vredenburgknoop. De ploeterende graafmachines waren binnen no time vervangen door stromend water in de singel. Onlangs op een ochtend zag ik er zelfs al een klein bootje varen en dat deed mij verlangend denken aan die keer dat ik met mijn vaders platbodem door de Utrechtse grachten voer. Ik kon mij al een voorstelling maken van een schip van meer dan een eeuw oud op de nieuwe ‘oude’ Catherijnesingel, dat zou toch een mooie reprise zijn.


Kim Bangma, beleidsondersteuner team ‘Het Jonge Kind’, gemeente Utrecht




Twee torens


8 februari 2016

Turijn, de stad van de industrie, barokke gebouwen, Romeinse straten (Castra Taurinorum), Fiat en wolkenkrabbers?! Op het eerste gezicht zal de term van een wolkenkrabber niet geassocieerd worden met de stad Turijn. Van oudsher heeft de stad namelijk een karakteristieke silhouet van laagbouw en één toren welke de vorm heeft van een haarpin, de Mole Antonelliana. Sinds kort zijn er meerdere torens gebouwd waarvan de laatste aanwinst van de stad het kantoor van de bank Intesa Sanpaolo is. Dit gebouw is vernoemd naar de gelijknamige Italiaanse architect die het heeft ontworpen: ‘het Renzo Piano gebouw’. Niet verwonderlijk is het dat het gebouw tot discussie heeft geleid omdat het stadsbeeld werd aangetast door deze ‘post-moderne’ aanwinst. Tot op de dag van vandaag is de wrok van bewoners duidelijk aanwezig in het aanverwante dialoog over ‘Corso Duca Degli Abruzzi’, de straat waarin de nieuwbouw is gerealiseerd. Wel heeft het gebouw voor meer dan 2000 arbeidsplaatsen gezorgd en is het gebied in zijn totaliteit gemoderniseerd waardoor er ook een nieuwe universiteit is bijgekomen. De wrok komt voort vanuit de weinig respectvolle omgang met datgene wat er altijd heeft gestaan en de vernietiging van het iconische silhouet die Turijn honderden jaren heeft gehad.

In dit daglicht is het ironisch om de volgende anekdote te introduceren. Toen de eigenwijze architect Alessandro Antonelli in 1863 begon met het ontwerp van de geliefde en bekende toren; Mole Antonelliana, gebeurde er iets onverwachts. De bedoelde synagoge werd door de Joodse gemeenschap direct geschoffeerd. Hierdoor veranderde Antonelli zijn ontwerp aanzienlijk zodat het gebouw meer geschikt werd voor de stad, dacht hij. Omdat het gebouw hoger en duurder werd, is het gebouw pas in 1873 gerealiseerd ter ere van koning Victor Emanuel II, met tegenzin van een groot deel van de inheemse bevolking. Al strijdend heeft Antonelli nooit mee gemaakt hoe zijn gehate gebouw een geliefd icoon in Turijn is geworden waarvan er nergens ter wereld een soortgelijke is gebouwd.


Hugo Beelen, URban BASED




De monumentale binnenstad verandert


2 december 2015

Op 20 november spioneerden acht ‘young professionals’ bij de jaarlijkse themadag over binnensteden van de Federatie Grote Monumentengemeenten (FGM) in Utrecht. Welke opvattingen over erfgoed in ruimtelijke processen houden monumentenambtenaren van dit netwerk er op na? En wat leverde dit ‘kijkje achter de schermen’ voor inzichten op?

In de 1e plaats mag de erfgoedambtenaar zich wat meer openen naar de omgeving. Schrijf mee aan gebiedsvisies – monumenten zijn immers een onderdeel van de stad – maar steun ook maatschappelijke initiatieven waarin erfgoed een rol speelt. Maak bewoners of vrijwilligers onderdeel van het activeren van erfgoed: biedt experimenteerruimte binnen kaders maar laat de invulling aan betrokkenen en ondernemers. Als je eraan bijdraagt een ingedut gebied weer op de kaart te krijgen dan geef je bovendien de wethouder aan iets om mee te ‘scoren’.

In een proces van co-creatie stuur je vaak op gebiedswaarden, die boven het behoud van afzonderlijke panden uitstijgt. Daarmee dringt de vraag zich op of je nu wel zo’n strikt onderscheid zou moeten maken tussen monumenten en niet-monumenten. Alles draagt toch bij aan het stadsbeeld, voorbijgangers maken toch ook geen onderscheid tussen monumentaal en een ‘gewoon’, maar vaak ook karakteristiek, pand?

Natuurlijk is de waardering voor de (monumentale) binnenstad een gesprek in twee richtingen. De monumentenzorger is zich bovendien allang bewust dat de stad meer gebaat is bij een monument dat in gebruik is dan een leegstaand pand. Maar hoe zorg je dat een eigenaar z’n pand niet leeg laat staan? Een idee van Hans-Peter Benschop (Trendbureau Overijssel): Vraag eigenaren bij de aankoop van een monument, net als beroepseed een advocaat of arts, te zweren dat hij/zij plechtig voor het pand zal zorgen, in voor- en in tegenspoed…Want de intrinsieke waarde van erfgoed zou toch, óók voor een erfgoed-leek, vanzelfsprekend moeten zijn.


Teun van den Ende, projectleider College van Rijksadviseurs




Waar is de jonge urbane professional in de wijk?


17 november 2015

“Kijk naar wat je al hebt, leg daar een vergrootglas op en blijf dat veertig jaar doen”, adviseerde Allard Jolles laatst tijdens de Inspiratiedag van YURPS in Heerlen. Amsterdam behoeft dit advies niet, zou je zeggen. Op wellicht wat rafelranden na wordt vrijwel elk stukje hoofdstad nauwkeurig in de gaten gehouden. Al decennia lang. Neem de Westelijke Tuinsteden. Weinig wijken zijn zó veel beschreven. Van het ontstaan (ontsproten uit de koker van de wereldberoemde stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren eind jaren ‘20) en de omvangrijke stedelijke vernieuwing vanaf eind jaren ’90 tot de recente ontwikkelingen met de creatieven op zoek naar fysieke en mentale ruimte en yuppen die “de sprong over de ring maken”.

Een rits geïnteresseerden

De wijken zijn bezongen en beschimpt. Ze zijn beschreven in lokale, landelijke en van de week nog internationale media. Er zijn stukken verschenen op papier en op blogs. Lezingen gehouden. Documentaires, schilderijen en theatervoorstellingen gemaakt. Journalisten, (architectuur)historici, (landschaps)architecten, stedenbouwkundigen, volkshuisvesters, kunstenaars, welzijnswerkers, planologen, romanschrijvers, sociaal-geografen, stadssociologen, politici, economen, cartografen, biologen. Allen hebben ze naar de wijken gekeken, en doen dat nog altijd met veel interesse.

Waar zijn de jongeren?

Maar, nu komt het, onder hen zijn opvallend weinig jongeren te bespeuren. Af en toe een architectuurstudent aangemoedigd door een docent, maar dat is dan van korte duur. Waarom is het, dat ik met mijn 29 jaar vaak de jongste ben? Als het gaat om stedelijke ontwikkeling biedt het gebied voor ieder wat wils. Ook voor ‘spannende’ onderwerpen zoals de aanzwellende gentrificatie ben je hier aan het juiste adres. En de springlevende wijken zijn in beweging, je raakt er dus niet snel uitgekeken. Dus, jonge urbane professionals, spring eens uit de pas. Ontdek nieuws in de wederopbouwwijken van Amsterdam, of in een van die andere varianten in de rest van het land. Nederland kent veel interessante wederopbouwgebieden.

Eerste stap

Aan de Burgemeester de Vlugtlaan vierde begin oktober Broedplaats De Vlugt haar 5-jarig jubileumsfeest, evenals het Van Eesterenmuseum. En ik vierde het feestje mee, niet alleen omdat ik het museum heb helpen opbouwen en het pand mijn tweede huis is. Ook is het vijf jaar geleden dat ik mijn eerste stap zette in de wijk, om er niet meer weg te gaan. Het is hier veel te leuk. En als ik weg ga zal de jeugd het overnemen, ongetwijfeld.


Victorien Koningsberger werkt als architectuurhistorica vanuit haar thuisbasis Amsterdam Nieuw-West. www.victorienkoningsberger.nl




Young Urban Planners redden de steden


4 november 2015

Afgelopen week kwamen zo’n 40 Young Urban Planners van over de hele wereld bij elkaar in de bruisende haven van Rotterdam voor het jaarlijkse ISOCARP-congres. Dit jaar was het thema: ‘Cities save the world: Let’s reinvent planning’. Dat ons vakgebied zich veranderd heeft over de laatste jaren lijkt niet langer een punt van discussie. Maar wat is nu de rol van de Young Urban Planner eigenlijk? Hoe functioneert de stad? En hoe kunnen wij deze dynamische en organische processen vormgeven?

Participatieprocessen om de klimaatbestendige stad te ontwerpen gonsde vaak als antwoord op deze vragen. Participatieprocessen en klimaatbestendige stad, ‘hippe’ termen die veelal door de oudere generatie planners werd aangedragen tijdens de plenaire sessie. Echter, wat is de klimaatbestendige stad eigenlijk? En wat is het juiste het proces om een dergelijke stad te ontwerpen? Tijdens het congres bleek wederom hoe vaak de discussie zich concentreert op de top-down en bottom-up benadering van het (ontwerp)proces. Opmerkelijk is dat de aandacht vooral uitgaat naar het ontwerpproces van de klimaatbestendige stad. Raakt de fysieke uitkomst daarmee onderschikt aan het ontwerpproces? Moet de focus niet verlegd worden naar het ontwerpen van de fysieke context van onze toekomstige steden waarbij de relatie tussen bovengrond en ondergrond, infrastructuur, water, voedsel, energie, mensen en andere organismen een prominente rol moet krijgen binnen het ontwerpproces?

Het gaat niet alleen om interdisciplinair werken met planners, ontwerpers, technici, economen, et cetera. Het antwoord ligt juist in het bundelen van onze krachten, de dialoog starten, kennis delen en verbindingen leggen. Niet alleen tussen verschillende disciplines, maar ook tussen verschillende persoonlijkheden en culturen. De rol van de Young Urban Planner is om het proces vorm te geven, om zo gezamenlijk een robuuste stad van de toekomst te ontwerpen. Pas dan kunnen steden de wereld redden.

Lena Niel
Deltares




De stad is wat gebeurt terwijl we andere plannen maken


21 oktober 2015

Verscholen achter de busremise aan de Utrechtse Europalaan zit de hoofdingang van Vechtclub XL. Een creatieve broedplaats in het voormalige magazijn van de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel. In 2007 heeft een bevlogen groep jonge ondernemers de 60 jaar oude fabriekshallen verbouwd en in beheer genomen. Met inzet van crowdfunding, een lening en veel passie-uren is het complex omgetoverd tot een bedrijfsverzamelgebouw met 120 creatieve ondernemers, een restaurant, expositieruimte en een podium.

Het complex maakt deel uit van het OPG-terrein aan het Merwedekanaal, net buiten het centrum van Utrecht. Dit gebied werd in 2004 strategisch aangekocht door de gemeente met het voornemen er na 2020 woningbouw te plegen. Voor de tussenliggende periode verhuurt de gemeente het terrein in delen aan experimentele initiatieven. Tien jaar later blijkt de tijdelijke invulling zo succesvol te zijn, dat er wordt getwijfeld aan het oorspronkelijke plan. De verschillende initiatieven hebben gezorgd voor functiemenging wat het gebied een karakteristieke identiteit heeft gegeven. Samen met de initiatiefnemers wordt daarom gezocht naar een toekomstbestendige balans tussen bedrijvigheid, recreatie en wonen.

Voor mij is Vechtclub XL een inspirerend voorbeeld van de impact die jonge ondernemers kunnen hebben op stedelijke ontwikkeling. Een initiatief wat tegelijkertijd uniek is als uitdagend praktisch. Als professionals in het stedelijk domein zijn we soms zo verwikkeld in wettelijke en beleidsmatige kaders dat stedelijke ontwikkeling vooral een theoretische exercitie is. Vechtclub XL laat zien dat het ook anders kan: beginnen met verbouwen en een resultaat neerzetten waar niemand op tegen kan zijn. Niet beginnen met plannen maar beginnen met de praktijk.

Hilda Kooistra
Platform31

Benieuwd hoe je zelf een verschil kan maken? Kom op dinsdag 10 november 2015 naar Vechtclub XL voor de YURPS-Competentiedag. Kijk voor het programma en aanmelden op YURPS.nl.



Woningcorporaties langs de meetlat


22 september 2015

Per 1 juli 2015 is de herziene Woningwet in werking getreden. De herziening is erop gericht dat woningcorporaties zich richten op hun primaire taak: het bouwen en verhuren van sociale huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Daarnaast zijn er verschillende andere elementen die zijn aangescherpt: zo worden er strengere eisen gesteld aan toezichthouders en krijgen huurders meer zeggenschap doordat zij naast de gemeente en corporatie een plek aan tafel krijgen bij het maken van prestatieafspraken.

Een ander onderdeel van de Woningwet (artikel 53a) is dat alle woningcorporaties wettelijk verplicht zijn om één maal per vier jaar een onderzoek uit te laten voeren naar de maatschappelijke prestaties van de corporatie, ook wel een maatschappelijke visitatie genoemd. Dit instrument wordt inmiddels 10 jaar ingezet bij corporaties, maar was wettelijk gezien nog niet verplicht. Vanuit branchevereniging Aedes werd het al wel opgelegd bij de eigen leden.
Ecorys is één van de zes bedrijven die geaccrediteerd zijn om deze visitaties uit te voeren. Het doel van de visitatie is om het maatschappelijk presteren van corporaties te beoordelen (aan de hand van cijfers en tekst) en te verbeteren. De beoordeling geschiedt op basis van documentatie van de corporatie en gesprekken met de Raad van Commissarissen, directeur-bestuurder, de gemeente, huurders en overige belanghebbenden.

Tijdens deze gesprekken komen steeds vaker de gevolgen van de herziene Woningwet aan de orde. Wij zien bijvoorbeeld dat corporaties teruggaan naar hun primaire taak en daarbij de commerciële activiteiten, die in het verleden geregeld werden ontplooid, loslaten. De ontwikkeling en het beheer van maatschappelijk- en woonzorgvastgoed moet sinds de intrede van de Woningwet aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Veel corporaties geven aan nog zoekende te zijn naar de mogelijkheden die zij op dit vlak hebben. Een deel van de corporaties heeft te kennen gegeven de harde lijn te moeten trekken dat deze activiteiten (financieel) niet meer haalbaar zijn. In die gevallen stellen andere belanghebbenden zoals zorg- en welzijnsorganisaties regelmatig de vraag in hoeverre corporaties dergelijk vastgoed niet meer kunnen of willen ontwikkelen.
Tenslotte hebben wij gemerkt dat gemeenten zich met de vraag geconfronteerd zien hoe zij met de taken en verantwoordelijkheden omgaan die de Woningwet bij hen heeft neergelegd. Gemeenten vragen zich bijvoorbeeld af hoe zij huurders het best kunnen betrekken bij het maken van prestatieafspraken.

Gelet op het constant veranderende speelveld waarin corporaties acteren, vraagt de uitvoering van maatschappelijke visitaties een zorgvuldige aanpak en kennis van zaken over de diverse aspecten die in het denken en doen van corporaties een rol spelen. Daarbij komt dat de maatschappelijke en politieke discussie rond de corporatiesector de relevantie van maatschappelijke visitaties doet toenemen. Het draagt bij aan het vergroten van transparantie, effectiviteit en doelmatigheid in de corporatiesector, zodat corporaties ook in de toekomst hun grote maatschappelijke meerwaarde kunnen blijven leveren.

Hugo ter Heegde
Consultant Vastgoed Ecorys




Bouwgroepen pionieren met de ‘spontane stad’


7 september 2015

We zijn op bezoek bij Hans Oudendorp die ons rondleidt in Nova Zembla: het is een van de bouwgroepen in Buiksloterham. De bouwgroepen zijn ontstaan tijdens de bouwcrisis, waarbij een groot onverkoopbaar kavel is opgeknipt en aan vijf bouwgroepen is gegeven, die als pioniers aan de slag gingen. De eerste woongebouwen worden binnenkort opgeleverd. Nu de woningmarkt weer aantrekt blijkt het concept voeten aan de grond te hebben gekregen: binnenkort worden weer nieuwe kavels uitgegeven aan bouwgroepen, en ze zijn populairder dan ooit!

Het staat symbool voor de verandering in opdrachtgevers die de economische recessie heeft gebracht, waar we als bureau ook steeds vaker mee te maken krijgen. Naast grote partijen als gemeente of corporatie krijgen we steeds vaker vragen van stichtingen, collectieven of particuliere organisaties. Precies waar we in het boek De Spontane Stad voor pleitten: schaalverkleining en inzoomen op de gebruiker!


Stijn Kuipers
Urhahn




Welke regio scoort het hoogst?


24 augustus 2015

“Geinig. Als ik de stad Groningen bij Oost-Groningen voeg, zakt m’n score…” Vandaag zitten we in de regio. Virtueel dan. Bij BZK zijn we druk bezig met de implementatie van de Woningwet 2015. We trekken het land in om te zien hoe corporaties, huurdersorganisaties en gemeenten invulling geven aan de nieuwe spelregels en om voorlichting te geven. En soms trekken we ons terug in de ivoren toren voor het nodige productiewerk: handreikingen, factsheets en ander voorlichtingsmateriaal. Zo testen we vandaag de RegioTool, die in september live gaat.

Met de indeling in woningmarktregio’s mogen corporaties alleen nog in hun eigen woningmarktregio nieuwbouw plegen of woningen aankopen. Wat een regio is mogen gemeenten bepalen. Vanaf 1 januari 2016 doen zij een voorstel. De RegioTool helpt ze daarmee door inzicht te geven in verhuispatronen en de spreiding van corporaties.

Wij zullen straks moeten beoordelen of regio’s aan de wettelijke eisen voldoen en of er geen gaten vallen in de kaart. Dat is best spannend, want als de voorstellen uitblijven moeten we de kaart zelf gaan inkleuren. Vragen die ons bezighouden? Worden Rotterdam en Den Haag één metropoolregio? Kijkt Parkstad over de grenzen van Parkstad? En gaat Oost-Groningen voor de stad Groningen of durven ze regiovorming met Oost-Drenthe aan? We zullen jullie op de hoogte houden van de vorderingen via www.woningwet2015.nl.

Eline Penders en Kevin Klop
Ministerie van BZK




Innovatief en duurzaam? Een eitje!


9 juni 2015

Onderweg naar kantoor werd mijn aandacht getrokken door een reclameboodschap langs de A20: “Koop je eigen paneel in dit zonnepark”. Met een glimlach dacht ik terug aan een project waarvoor ik onlangs de vergunningaanvraag heb begeleid.

Biologisch pluimveehouder Baars uit de gemeente Vianen zocht vorig jaar contact op met ons. Vanuit nieuwe EU-richtlijnen moet hij circa 50% van de vrije uitloop van zijn kippen voorzien van beschutting. Hij had het innovatieve idee om dit te combineren met zonnepanelen voor duurzame energieproductie (circa 6,4 KWh) en een teelt van gewassen gestoeld op de permacultuur. Samen is dit idee landschappelijk ingepast en uitgewerkt tot een nieuw energielandschap. Het volledige landbouwareaal blijft behouden en krijgt een toegevoegde waarde. Het biologisch pluimveebedrijf transformeert zo in een multifunctioneel landbouwbedrijf met een nieuwe naam die de kracht van deze (driedubbele) functiecombinatie zal uitstralen: “Sunny Eggs”.

Dat is pas een duurzaam eitje!

Timothy van Bambost
Planoloog en planeconoom bij KuiperCompagnons in Rotterdam



De klant en/of de ontwikkelaar centraal


26 mei 2015

“De klant centraal” is inmiddels gemeengoed. Als ontwikkelaar wordt van je verwacht dat je vanuit de klant denkt. Makkelijker gezegd dan gedaan: om je ook daadwerkelijk te kunnen verplaatsen in die toekomstige eindgebruiker is een kunst op zich. Het is dan ook erg waardevol om als professional zelf eens aan de ‘andere kant van de tafel te zitten’.

Met 14 huishoudens staan we aan de vooravond van de start bouw van ons CPO Klushuizenproject te Haarlem (www.cbh-haarlem.nl). Daar waar je als ontwikkelaar soms zou denken “waar maken ze zich druk over”, ben je als toekomstig bewoner continu je risico’s aan het afwegen en vraag je je af waarom de betrokken adviseurs en corporatie soms zo makkelijk over – in jouw ogen – belangrijke zaken heen stappen.

Het feit dat je met een klushuis ook de rol van ontwikkelaar inneemt, zorgt er voor dat je je niet meer hoeft te verplaatsen in de verschillende rollen: je bent tenslotte zowel bewoner als ontwikkelaar. Sinds de overdracht van de woningen hebben we met 27 daadwerkelijke (grond- en vastgoed)eigenaren, ondanks 14 compleet verschillende woningen, één gezamenlijk belang: zo snel mogelijk starten met de bouw. We zetten nu dus ‘de ontwikkelaar in onszelf’ even centraal. Afgelopen oktober gestart, komende november erin: zo snel kan een CPO-project gaan! Het is een kwestie van welke rol je op welk moment inneemt.

Coen-Martijn Hofland
SITE urban development



Creëren van lokale waarde in nieuwe allianties


12 mei 2015

Hart van Zuid is een belangrijke gebieds(her)ontwikkeling in Rotterdam. Tegelijk is de herstructurering van een centrumgebied uit de jaren ’50 en ’60 met veel gesloten gebouwen en een dominante autostructuur een herkenbare opgave in vele steden. De centra zijn belangrijk voor de steden waar ze in liggen, maar functioneren economisch steeds minder in de tijd waar belevingseconomie steeds belangrijker wordt. Hart van Zuid laat zien hoe ook in tijden van beperkte gemeentelijke middelen een integrale transformatie toch mogelijk is. Het is een voorbeeld hoe centra uit de jaren ‘60 weer onderdeel van de stad te maken.

De ontwikkeling is een unieke PPS, waarin gemeente, Ballast Nedam en partners het gebied rond Zuidplein en Ahoy met elkaar samenwerken. De PPS kenmerkt zich door de lengte van de overeenkomst (20 jaar) en de gecombineerde inhoud van gebiedsontwikkeling, vastgoedontwikkeling, verduurzaming, sociaal programma en beheer en onderhoud, die middels een aanbesteding van één contract op de markt zijn gezet. De essentie van Hart van Zuid is het op lange termijn creëren van lokale waarde en ontwikkelen van nieuwe waardeketens in nieuwe allianties.

Integraal is het kernbegrip van de gebiedsontwikkeling. De doelstellingen van het project zijn helder, waar het gaat om behouden en creëren werkgelegenheid en gezonde ondernemingen en het ontwikkelen van een duurzaam en aantrekkelijk centrum waar bewoners en bezoekers trots op zijn.

De financiële basis onder het project is het bundelen van verschillende geldstromen in één project. Dit is begonnen met beheergelden, renovatiegelden, huren maatschappelijke organisaties, huren Ahoy en wordt uitgebreid met bv commerciële inkomsten en energiebudgetten. Door deze middelen in één project te stoppen kan de meerwaarde gemaximaliseerd worden. Betrokkenheid van bewoners en lokale ondernemers is een essentieel onderdeel van het project. Doel daarbij is nieuwe allianties tot stand te brengen en de maatschappelijke meerwaarde van de investeringen te vergroten. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van publiek-private buurtsamenwerking XL.

Felix Sanders
gebiedsontwikkelaar Ballast Nedam

www.hartvanzuidrotterdam.nl



Het schuimt en borrelt in ons laboratorium

21 april 2015

We zijn er maar druk mee met z’n allen. Pop-up’s, zelfbouwkavels, klusscholen, inspraakplannen, bewonersinitiatieven, crowdfunden, guerrilla gardening en zo meer van die bottom-up stadsontwikkeling. Maar veel van die initiatieven zijn klein en weten niet altijd resultaat te bereiken.

Aan de andere kant, vele handen maken licht werk. Geen enkele partij wil of kan meer in zijn eentje investeren, ontwikkelen en risico nemen. Geen bank, geen projectontwikkelaar, geen belegger, geen eindgebruiker. We moeten en willen samenwerken. Samen ontwerpen, samen ontwikkelen, samen financieren.

Om de humuslaag voor deze initiatieven en samenwerkingen te bemesten, organiseer ik samen met collega’s twee keer per jaar een UrbannerLAB. “Waar het schuimt en borrelt van nieuwe kansen en initiatieven.” En ik verheug me nu op de eerstvolgende UrbannerLAB op 30 april in de oude gymzaal van de Bloklandschool in Rotterdam-Noord.

Maaike Schravesande
Urbannerdam



Hip, hot & happening

09 april 2015

Ik was altijd al een beetje verliefd op Rotterdam, maar langzaam ontdekken steeds meer mensen het geheim van de stad waar ik woon, werk en mijn vrije tijd besteed. Onlangs werd Rotterdam door de Britse denktank Academy of Urbanism uitgeroepen tot de beste stad om in te leven en volgens de beroemde reisgids Rough Guides is Rotterdam één van de tien steden in de wereld die je gezien moet hebben.

Rotterdam heeft een jonge, creatieve, open bevolking die vernieuwende architectuur, stedelijk ontwerp en nieuwe bedrijfsmodellen omarmt. Een aantal slimme mega-investeringen en een uitstekende citymarketing hebben Rotterdam binnen no-time op de kaart gezet. De Markthal, De Rotterdam en het nieuwe Centraal Station werken als motoren voor de stad die een enorme spin-off uitlokken. De jonge ondernemende bevolking weet wel raad met de relatief goedkope, leegstaande ruimtes in Rotterdam. Op iedere hoek van de staat openen hippe barretjes, nieuwe restaurants, hostels, jonge bedrijven en unieke winkelconcepten. Rotterdam bruist en dat voel je!

Sandra van Dijk
BGSV bureau voor stedebouw



Oude panden krijgen in Utrecht een tweede leven

25 maart 2015

De monumentale gevangenis Wolvenplein in het centrum van Utrecht werd gesloten in juni 2014 en opent vanaf april opnieuw haar deuren. Niet voor gevangenen, maar voor ondernemers en andere creatieve geesten. ZZP’ers nemen hun intrek in cellen, er komt een koffiebar met een groot terras en er vinden evenementen plaats.

Het is een voorbeeld van een mooie trend om oude locaties om te toveren tot culturele hotspots. Met Procap zitten wij op een vergelijkbare plek: de Pastoe-fabriek op Rotsoord. In de hoogtijdagen bood dit pand onderdak aan een meubelfabriek met showroom en een interne opleiding tot meubelmaker. Nu wordt de fabriek verbouwd tot een plek waar ondernemers, horeca en evenementen samenkomen.

Onlangs is bekend geworden dat de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) vanaf 1 januari 2016 een groot deel van de Pastoe-fabriek in gebruik gaat nemen met ruimte voor opleidingen, jonge start-ups en incubators. Zo komt er steeds meer reuring in het gebouw.

Werken aan mooie projecten in een inspirerende omgeving, in een pand met historie, in een gebied dat volop in ontwikkeling is; daar krijg ik nou energie van!

Meike Hendriks

Meike Hendriks is adviseur en projectmanager bij Procap (www.procap.nl)
in Utrecht.

Een ruimtelijk verhaal voor de Delta Regio?

10 maart 2015

Het stoppen van de sigarettenproductie van Philip Morris kwam in de lente van 2014 aan als een mokerslag in Zuidwest-Nederland. Bijna 1200 Philip Morris-medewerkers verloren hun baan. Begin deze maand nam minister Kamp in Bergen op Zoom het Actieplan Economische Structuurversterking Zuidwest-Nederland in ontvangst. De beëindiging van een groot deel van de Philip Morris-productie vormde de directe aanleiding voor dit plan. Het actieplan is te beschouwen als een versnellingsagenda. “Waar kan en moet ‘direct’ mee begonnen worden?” Het plan is gebaseerd op de economische beleidsagenda van de Strategic Board Delta Region. Het zijn gedegen plannen. Als professional bij de regio Drechtsteden en als geboren West-Brabander juich ik de brede interregionale blik toe. Net als de aandacht voor grensoverschrijdende opgaven. Toch mis ik iets in ‘mijn’ Delta Regio. Er is een Actieplan Economische Structuurversterking, er is een economische Koepelvisie. Maar, waar is het ruimtelijk verhaal voor Zuidwest-Nederland? 2015 is nota bene het Jaar van de Ruimte.

Hoe ziet Zuidwest-Nederland er over twintig jaar uit? Welke werelden zijn er in deze Delta Regio denkbaar? Een brede, verhalende benadering kan de regio ruimtelijk richting geven. Een wervend verhaal kijkt vooruit, het inspireert uitvoerders en bindt betrokken actoren. Daarin schuilt de kracht van narratieve planologie. Krachtige verhalen worden gemaakt in een gezamenlijk en open leerproces. In de Drechtsteden zijn het bedrijfsleven en maatschappelijke partners daarom expliciet uitgenodigd om hun bouwstenen aan te leveren voor het nieuwe Regionaal Meerjarenprogramma. Van hun inzichten en ervaringen is het verhaal sterker geworden. De Delta Regio is een mooi schaalniveau voor een nieuw ruimtelijk verhaal. Het Jaar van de Ruimte is een mooi beginpunt. Wie doet er mee?

Marius Bakx

Marius Bakx is adviseur/onderzoeker Proces en sturing bij het Onderzoekcentrum Drechtsteden, onderdeel van de GR Drechtsteden.

Aftrap van de Ruimteverkenning

25 februari 2015

Als onderdeel van het Jaar van de Ruimte gaat een groep jonge ruimtemakers langs vijf regio’s op zoek naar de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De uitkomsten van de verkenningen worden samengebracht in een publicatie. De Ruimteverkenning is een project van Couleur Locale en YURPS.

Op vrijdag 6 maart trappen we de Ruimteverkenning af in Amsterdam. Het thema van de eerste bijeenkomst is de internationale concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam. We kijken naar de opkomst van steden in internationaal perspectief, de positie van Amsterdam, en de toekomstopgave. Is groei noodzakelijk om te kunnen blijven concurreren? We focussen ons verder op internationaal georiënteerde werk- en kennisomgevingen in de stad. Wat voor stadsklimaat heeft Amsterdam nodig, en waar onderscheidt het zich?

Emilie Vlieger, Vliegerprojecten en Kris Oosting, Stadmakers

Illustratie: Cliff van Thillo.


Het lot van Pop-up

11 februari 2015

De Ontbijtbar aan het Kruisplein in Rotterdam is één van die pop-up stores waarvan het haast zonde is dat hij er maar tijdelijk zit. Het gebouw waar de tijdelijke bar zit en het aanliggende plein worden komend jaar flink aangepakt om een nieuwe entrée te vormen tot de West-Kruiskade, zodat het beter aansluit bij het stationsgebied.

De tijdelijke bar zorgt, buiten fantastische ontbijtjes, al ruime tijd voor veel aanloop op het plein, en een veel betere uitstraling. Pop-up stores bieden ondernemers ook vaak de mogelijkheid om relatief goedkoop nieuwe concepten te testen. Het maakt omwonenden blij met reuring in plaats van leegstand. Dit is precies het lot van veel pop-up stores. Hun doel is tijdelijk te zijn, maar soms zijn ze zo op hun plek in een bepaalde buurt dat het jammer is dat de invulling slechts tijdelijk is. Voor de Ontbijtbar is gelukkig een nieuwe plek gevonden, want er zijn genoeg andere leegstaande panden in de stad.

Lita Kalle, Adviseur Vastgoedsturing, Woonstad Rotterdam

yurps - Ruimteverkenning

Jonge ruimtemakers op ruimteverkenning

28 januari 2015

Steeds meer lijkt Nederland een land te worden van verschillende snelheden, van groei naast krimp. Wat betekenen de ontwikkelingen in verschillende regio’s voor de ruimtelijke praktijk van de toekomst, zowel regionaal als nationaal? Wat wordt er gevraagd van ruimtemakers en welke oplossingsrichtingen zien we?

In het Jaar van de Ruimte gaat een groep jonge ruimtemakers in vijf regio’s op zoek naar de ruimtelijke opgaven van de nabije toekomst: naar verschillen en overeenkomsten. De Ruimteverkenning van Couleur Locale en YURPS voert de deelnemers langs vijf regio’s met vijf karakters, met als uitkomst een nieuw perspectief voor de leefomgeving. Deelname aan de Ruimteverkenning is kosteloos en er is ruimte voor 20 deelnemers (tot 35 jaar).


foto-liftbord-derotterdam

Smaakbeleving

13 januari 2015

Maandag hadden we met de YURPS-denktank een werkafspraak in De Rotterdam. Deze verticale stad naar ontwerp van Rem Koolhaas geeft de stad Rotterdam nog meer allure. De ontvangsthal voelt werelds aan met een flinke dosis hospitality. Het is het voorbeeld van een anticyclische investering. De kansdenkers zagen de extra banen in de bouw en de dienstverlening als grote winst. Met daarbij weer een beleefervaring van niveau.

Over het succes zijn de meningen verdeeld. Dan doel ik op het ontstaan van leegstand in andere delen van de stad. Maar juist dit nadeel heeft in deze tijden zijn voordeel. Leegstand herbergt tal van latente mogelijkheden. Studio Roosgaarde verhuist zijn bureau naar Rotterdam. Deze uitvinders kunnen met latente mogelijkheden en cross-overs uit de voeten. Laten we vooral voor de fysieke ruimte van de stad nieuwe combinaties maken. De kiemplanten van Koppert Cress en andere agribusiness uit het Westland samen met alternatieve ruimtegebruik in de stad: effictiente teelttechnieken in verticale stadslandbouw. Kortom een maakstad nieuwe stijl.

Het een biedt ruimte aan de ander: zo spic en span De Rotterdam, zo maakbaar en kansrijk de restruimte. Laat (her)nieuw(d) gebruik onze steden continue naar een hogere smaakbeleving tillen.


YURPS-denktank, Annette Duivenvoorden



Contact

Suzanne Bleijenberg

Suzanne Bleijenberg

Junior projectleider

06 23 01 27 93

Aanmelden YURPS netwerk

  • Je wilt graag van elkaar leren en jezelf ontwikkelen;
  • Je bent onder de 35 jaar;
  • Je bent werkzaam bij een partner van Platform31.

Aanmelden is heel makkelijk. Stuur een mail met je naam en werkgever naar YURPS@platform31.nl o.v.v. ‘aanmelden YURPS’.

YURPS onderweg

YURPS onderweg is de rubriek van de jonge generatie stedelijke en regionale professionals. Zij geven met smartphone-foto en tekst een statement over het werken aan stad en regio.

Wil je ook kopij aandragen?

YURPS@platform31.nl




Klik hier voor meer informatie over YURPS onderweg [pdf]