Platform31 kennis en netwerk organisatie voor stad land en regio - wonen social ruimte economie

Van militaire discipline naar cocreatie in Maastricht

Afgelopen woensdag 12 juni was de Tapijnkazerne in Maastricht even open voor bezoekers. Aanleiding is de verkoop van het terrein dit najaar. De nieuwe eigenaren (gemeente Maastricht en Universiteit Maastricht) willen het gebied over een periode van tien jaar transformeren naar een stadspark met diverse educatie functies. De grote vraag is nu: hoe ga je in de route naar die eindbestemming om met het kazerneterrein? Hoe bewaar je een scherpe focus op het beoogde einddoel, terwijl je ook flexibiliteit inbouwt om spontane initiatieven en ontwikkelingen te faciliteren?

Platform31 organiseerde een excursie over de toekomst van de Tapijnkazerne in het kader van het praktijkprogramma Nu al Eenvoudig Beter. De conclusie: het vinden van de juiste balans tussen zekerheid en flexibiliteit is mogelijk, mits de communicatie met álle betrokkenen zorgvuldig wordt gevoerd, het duidelijk is wie de regie voert en durf wordt getoond om innovatief om te gaan met het huidige juridisch-planologische instrumentarium.

De Tapijnkazerne kwam officieel leeg te staan toen in 2010 de laatste NAVO-militairen het gebouw verlieten. Sindsdien wordt de kazerne in opdracht van eigenaar Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf (RVOB) beheerd door De Kabath vastgoedbescherming en extensief bewoond. Dit voorjaar is overeengekomen dat de gemeente Maastricht, de Universiteit Maastricht en de provincie Limburg gezamenlijk het terrein en de panden overnemen van het RVOB (Overeenstemming Over Aankoop Tapijnkazerne). De gemeente Maastricht wordt om-niet eigenaar van de grond. De gemeente wil het terrein graag transformeren naar een openbaar park en aantakken op de bestaande parkenstructuur ten zuiden van het centrum. De Universiteit Maastricht wil met behulp van de provincie Limburg in een periode van tien tot vijftien jaar de bebouwde delen van het terrein gebruiken om de beoogde groei van de Universiteit Maastricht te accommoderen. De prijs die is overeengekomen in de verkoopovereenkomst is gerelateerd aan deze park- en onderwijsgerelateerde invullingen. Mocht de invulling voor 2019 veranderen naar andere bestemmingen, dan geldt een meerwaardeclausule en moet er worden onderhandeld over een meerprijs. Het is voor de Universiteit Maastricht niet mogelijk om alle gebouwen direct in gebruik te nemen. Hierdoor is vanaf de officiële aankoop in september voor een periode van tien tot vijftien een tijdelijke invulling nodig die naarmate de tijd vordert, steeds kleiner wordt.

Deze specifieke situatie maakt de Tapijnkazerne tot een interessante casus om onderzoek te doen naar de rol van tijdelijkheid in gebiedsontwikkeling. Het ontwikkelen van een flexibel bestemmingsplan voor de Tapijnkazerne is één van de acht experimenten van Maastricht-LAB, een kennislaboratorium van de gemeente Maastricht om nieuwe manieren van gebiedsontwikkeling in de praktijk te onderzoeken. Maastricht-LAB vormt nieuwe coalities, experimenteert en bevordert kennisuitwisseling binnen en buiten Maastricht en bestaat tot en met 2014. De kazerne draait ook mee in het landelijke experiment Flexibele bestemmingsplannen dat wordt begeleid door Platform31

Wederzijdse afhankelijkheid; wie heeft de leiding?

De taakverdeling binnen het gebied lijkt glashelder: de gemeente ontwikkelt de openbare ruimte, de universiteit de bebouwing. Deze taken blijken tijdens de bijeenkomst echter niet per se in elkaars verlengde te liggen. De scheidslijn tussen bebouwing en openbare ruimte is contractueel wellicht logisch, maar kan functioneel niet gescheiden worden gezien. Programmering, zowel op tijdelijke als op lange termijn, heeft immers gevolgen voor de gebouwen én de omliggende openbare ruimte. Zoals projectleider Tima van der Linden aangeeft: “Als gebouwen in het gebied een openbare functie krijgen, dan moet de toegankelijkheid en functionaliteit van de openbare ruimte daarop aansluiten, dat is nu niet het geval.” Het lijkt voor de hand liggend voor de partijen om gezamenlijk afspraken te maken over de regie in het gebied en daar misschien zelfs één persoon voor aan te stellen. Dit geldt zowel voor de regie op lange termijn als voor de regie in de tussentijd. De gemeente en universiteit hebben beiden een andere stip op de horizon, maar hebben elkaar nodig om tot een goed en gezond functionerend gebied te komen en de transformatie van korte naar lange termijn invulling succesvol vorm te geven.

Plannen van tijdelijkheid?

Vooral de korte tot middellange termijn lijkt niet zonder een goede regie te kunnen. Want hoe beheers je niet alleen de startfase, maar vooral ook het moment dat de uiteindelijke bestemming het tijdelijke gebruik overneemt? En hoe houd je ruimte om succesvol tijdelijk gebruik om te zetten in definitief gebruik? Jan Oosterkamp, jurist ruimtelijke bestuursrecht bij BugelHajema, legt uit dat de meeste planologische vraagstukken prima binnen het bestaande instrumentarium opgelost worden, mits je de huidige toepassingen van dit instrumentarium durft los te laten.

Oosterkamp: “Om tijdelijk gebruik mogelijk te maken kun je een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opnemen voor tijdelijke functies die afwijken van het bestemmingsplan. Als je deze wijzigingsbevoegdheid koppelt aan een specifiek gebruik, aan de pauzefase van het gebied en zelfs aan een nieuwe, toekomstige wijzigingsbevoegdheid waarmee je de eerste wijziging weer ongedaan maakt of waarin je er juist voor kiest om het gebruik – onder bepaalde voorwaarden – te handhaven, kun je ruimte bieden aan tijdelijk gebruik. Tegelijk communiceer je een heldere einddatum, voor (tijdelijke) gebruiker als eigenaar en planner.

Vertrouwen en verwachtingen; helder communiceren helpt

De kazerne wordt kritisch in de gaten gehouden door verschillende bewonersinitiatieven en belangengroepen. Alleen al daarom is eerlijke en open communicatie een harde voorwaarde voor een goede voortgang en vertrouwen van de omgeving in de plannen. Zeker als je als overheid op zoek gaat naar initiatieven voor tijdelijk gebruik. Dat vraagt om een goede communicatiestrategie vooraf, die een directe relatie heeft tot het project zelf. Hoe zorg je ervoor dat je verwachtingen wekt waar je ook aan kunt voldoen? En dat je goede initiatieven die zich aandienen ook snel helderheid kunt bieden?

De aanwezige concluderen dat de uitnodiging voor tijdelijke activiteiten goed is vormgegeven en dat alvast een doorkijkje gegeven moet worden naar het beoogde eindgebruik van het terrein over vijftien jaar. Hierdoor kunnen initiatiefnemers voor zichzelf ook de keuze maken of ze voor tijdelijk gaan of voorsorteren op de uiteindelijke bestemming. Voor een groot deel van de deelnemers stond vast dat openstelling van het kazerneterrein voor het publiek wel een belangrijke voorwaarde is voor toekomstig gebruik, als stelling naar het publiek of om initiatieven uit te lokken. Ook al is die openstelling voorlopig misschien alleen overdag, zoals in veel parken in het buitenland.

Investeren in toegankelijkheid

Openstelling van het terrein brengt wel meteen een aantal moeilijkheden met zich mee. De buitenruimte van het terrein heeft aanpassingen nodig om veilig genoeg te zijn om permanent opengesteld te worden voor publiek. Bovendien is de bebouwing soms van een dusdanig slechte staat en beveiliging dat een investering vereist is voordat het terrein open gesteld kan worden. Een pragmatische oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat het terrein nog ruime tijd niet openbaar toegankelijk is en dat het tijdelijk gebruik zich richt op privaat gebruik. Hierdoor neemt de betekenis van het tijdelijk gebruik voor de stad echter af.

Inspirerende voorbeelden uit andere gebieden

Een presentatie van voorbeelden van tijdelijk gebruik door Nadinja Hettinga van Rijkswaterstaat en Robert de Kort van DeFacto vanuit het innovatieprogramma Tijdelijk Anders Bestemmen gaf goed zicht op wat er mogelijk is qua ‘harde’ voorbeelden van tijdelijk gebruik (een kunstroute in HafenCity Hamburg, tijdelijke camping ‘Tentstation’ in Berlijn, restaurant Wijn en Water in Rotterdam, een uitkijkpost van strobalen in Toscane, etc.). De ‘zachte’ voorbeelden (energieproductie middels biomassa, stadslandbouw, tijdelijke sportvelden, etc.) leken minder geschikt voor de Tapijnlocatie. Bovendien is het lastig om concreet te krijgen wat de baten van de verschillende ingrepen zijn en hoe die opwegen tegen de kosten. Het lijkt erop dat tijdelijke inrichting van binnestendelijke terreinen nog steeds vooral maatschappelijk rendement oplevert.

Dromen voor de atoombunker

Een rondleiding over het kazerneterrein door Servé Minis van de gemeente Maastricht levert veel inspiratie op. De diversiteit aan bebouwing, de overgroeide buitenruimte met grote bomen en militaire details doet een mens dromen over de mogelijkheden. De deelnemers opperen zelf al diverse voorbeelden: studentenhuisvesting, ‘Doomsday Preppers’ (mensen die zich voorbereiden op het einde van de wereld) in de atoombunker, een poppodium in één van de schuren, educatie breder inzetten op het terrein en kijken naar andere onderwijsinstellingen, maar ook naar natuureducatie en cursussen.

Wilt u ook meedenken en dromen over de toekomst van de Tapijnkazerne? Hieronder vindt u een link naar het fotoverslag van de rondleiding.



Aanmelden YURPS-netwerk

  • Je wilt graag van elkaar leren en jezelf ontwikkelen;
  • Je bent onder de 35 jaar;
  • Je bent werkzaam bij een partner van Platform31.

Aanmelden is heel makkelijk. Stuur een mail met je naam en werkgever naar yurks@platform31.nl o.v.v. ‘aanmelden YURPS’.